is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige fragmenten uit toestanden in Nederland en Insulinde, beschouwd uit een christelijk economisch standpunt en voorgelegd aan het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vertrouwen van den Inlander kunnen inwerken door eerlijk en oprecht met hen als vriend om te gaan en zich, zooals reeds gezegd is, niet op een hoog standpunt te stellen ; daarbij geeft eene hoog gesalarieerde betrekking gewoonlijk groote afstanden.

Zendelingen, de missionarissen hieronder begrepen, moeten allen genoeg doordrongen zijn van den godsdienst en van hunne rechten om dezen over te brengen. Zij mogen niet afwijken door zich, buiten hun eigenlijke taak, meer dan noodig toe te leggen op de politieke verhoudingen tusschen Bestuur en Inlander, daar dit wel indirect, maar niet hoofdzakelijk hun plicht is.

Wat de predikanten, inclusief de R. K. priesters betreft, moet men aan de theologische faculteiten, van welke gezindten ook, een cursus verbinden, waaraan die aspiranten kunnen deelnemen, welke zich hebben voorgenomen naar de koloniën te trekken om daar het leven en de liefde der Christenen te vertolken en de menschen te leeren gaan volgens de deugden, die de Christus op aarde heeft getoond, dat een mensch bezitten kan.

Wij mogen aan Indië geen „tweedehand-koopjes" geven, d. w. z. men zende de allerbesten. In het moederland spreekt de zendeling voor de menigte, als hij eenige bijzonderheden heeft mee te deelen en iets heeft ondervonden buiten Europa. Dan gaan wij op en komen tot den zendeling.

Echter zal hier te lande niemand tevreden zijn, als aan het hoofd zijner Christengemeente een zendeling geplaatst wordt, omdat, als voorganger der gemeente, aan dezen niet die waarde als aan een predikant wordt toegekend, wijl hij in zijn geloof niet zoo degelijk gefundamenteerd wordt geacht. Daarom geve men op den duur ook aan Inlanders bedoelde predikanten en priesters.

Het is geen geringe taak, welke men de uitgezondene stelt; hij toch wordt ginds geplaatst als pionier van een nieuwen godsdienst, hij moet een nieuwe voorhoede vormen door den godsdienst van den Inlander samen te laten vloeien in den zijnen, opdat de deugden van zijn godsdienst door hem worden erkend. Men zende slechts hen uit, die, zij het ook nog maar theoretisch, bekend zijn met het leven en de gewoonten van den Inlander; het onderwijs moet gegrond zijn op liefde en kennis, die ook op het huishouden buiten de school invloed moeten uitoefenen.

Zij behooren eene diepgaande kennis te hebben van de taal, ter vermijding van die woorden, welke bij het volk lage hartstochten opwekken en zoodoende den beschaver zouden te-