is toegevoegd aan uw favorieten.

Eenige fragmenten uit toestanden in Nederland en Insulinde, beschouwd uit een christelijk economisch standpunt en voorgelegd aan het Nederlandsche volk

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alle voortbrengselen, zoowel in als boven de aarde, — deze te verwerken of uit den grond te halen. Dit is het begin van den handel. Daar niet in alle werelddeelen de voortbrengselen of producten gelijk zijn, moest men, om ook alle andere bewoners hiervan te laten genieten, deze laten brengen daar, waar behoefte er aan ontstond.

Evenals Hij het goede en het kwade in den mensch gelegd heeft, heeft Hij deze twee korrels ook gelegd in de natuur en hare producten. Zoo zou men kunnen zeggen dat b.v. goud en en diamant de korrels van het kwade zijn geweest. Goud en diamant zijn niet broodnoodig en toch overheerschen deze de korrels van het goede, welke wij voornamelijk vinden in de vruchten van den plantenwereld en in delfstoffen, zooals kolen.

Waar in Sparta in vroegeren tijd als munt groote stukken ijzer golden, die niet zooveel waarde bezaten als goud, was dit zeer zeker een heerlijk feit, daar rijkdom of winstbejag niet zoo werden nagejaagd; eensdeels, omdat de rijkdom huizen en huizen vol zou moeten bevatten, anderdeels omdat het niet zoo'n gangbaar pasmunt was om er buiten Sparta handel mede te drijven.

Wat is nu handel ? In het kort feitelijk het verkrijgbaar stellen van de noodige grondstoffen voor hen, die deze niet binnen hun bereik hebben.Zij moeten gedeeltelijk eerst verbouwd worden.Dit geschiedt door werklieden. Anderdeels moeten zij vervoerd worden. Dit gebeurt door handelslieden, met behulp van kapitaal. Om tot eene oordeelkundige verbouwingt of eenig mijnwerk te komen, hebben wij eene klasse van verstandslui noodig ; dit zijn zij, die tusschen den werk- en handelsman in staan. Zij hebben geen direct voordeel bij plantengroei of ontginning, maar zijn toch noodig, vooral om het artikel zoo goedkoop mogelijk te maken.

Maken wij met deze drie klassen van menschen nader kennis, dan zijn het de handelslui, die de waarde van het artikel aangeven. Zij berekenen de onkosten van het betrekken en van het vervoer en zijn natuurlijk gerechtigd voor hunne moeite eene winst te nemen, wat eigenlijk is of zou moeten zijn een loon, daar ook zij, evenals de werkman, lichaam, huishouden, enz. in stand te houden hebben, Maar nu begint de fout. Door het bezit van geld hebben of verkrijgen zij de macht een artikel duurder te maken, al naar zij willen. Men zegt wel „ja, maar dan zijn