is toegevoegd aan uw favorieten.

De Indische weermacht en de voorstellen Merens gespiegeld

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hierop levert de heer Merens den volgenden commentaar, waarnaast wij onze opmerkingen plaatsen.

„Hierbij (de heer Merens) „dient het volgende te worden „aangeteekend. De Minister van „Marine spreekt naast zijn slag„vloot over 25 onderzeeërs x); „de heer Van der Weijden — „en wij kunnen gerust aannemen „dat diens denkbeelden dezelfde „zijn als die van den heer Van „Heutsz, die het plan Van der „Weijden warm aanbeveelt — „vraagt er 60 zonder slagschepen 2).

„Wat kan met die duikboo„ten bereikt worden ? Het meesterschap ter zee bevechten 3) „volstrekt niet; dit verwacht „trouwens de heer Van Heutsz „niet van hen4). Onze zeeën

*) Hiertegen heeft niemand bezwaar, maar wel tegen de vier slagschepen en de kruisers, ofschoon de laatsten, om aan het Marine-gezanik een einde te maken, in Godesnaam door den heer Van Heutsz werden aanvaard en dit nog maar alleen, omdat de duikbootcommandanten met de kruisers ingenomen zijn en zij eventueel hun veege hulk door hard weg te loopen kunnen bergen. Och, dat men lezen kon!

2) een minimum plan!

s) wij hebben het meesterschap ter zee niet te bevechten, maar de tegenstander heeft dat te doen. Dat meesterschap, dat de tegenstander tot in den eigenlijken archipel, gelijk de heer Van Heutsz duidelijk doet uitkomen, moet bevechten, kunnen wij doeltreffend betwisten met de duikbooten en niet met de vier slagschepen. Daarom moet het geld beter aangewend worden door meer duikbooten aan te schaffen en daarnaast een sterk leger te organiseeren.

4) natuurlijk niet; wij bevechten niet iets, dat wij reeds hebben, dat doet alleen een dwaas. Het gaat er dus om of wij het kunnen handhaven. Waaruit