is toegevoegd aan uw favorieten.

Reglementen op de pensioenen, verloven, vrije overtocht, wachtgelden, nonactiviteits-traktementen, ... voor Europeesche Oost-Indische ambtenaren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 15.

Wanneer iemand in het genot van Indisch burgerlijk pensioen weder in Nederlandsch-Indië in 'sLands dienst treedt, wordt het pensioen niet uitbetaald over den tijd, gedurende welken hij activiteitstraktement geniet. Indien hy opnieuw 's Lands dienst verlaat, wordt hem zijn vroeger of een hooger pensioen toegelegd, naarmate hij daarop volgens dit reglement aanspraak heeft.

Art. 16.

Het pensioen vervalt door veroordeeling tot de doodstraf of tuchthuisstraf, tenzij zoodanige veroordeeling door geheele kwijtschelding van straf gevolgd is.

Ingeval van rehabilitatie wordt de gepensionneerde in het genot van zijn pensioen hersteld, te rekenen van den eersten der maand volgende op die, waarin de beslissing genomen is.

Het pensioen vervalt mede, wanneer de titularis buiten onze toestemming zich in vreemden krijgsdienst begeeft of eene door eene vreemde Regeering opgedragen openbare bediening aanneemt.

Zie aanteekeningen XII en XIII.

Art. 17.

Het pensioen is onvervreemdbaar.

De titularis kan daarover op geenerlei wijze beschikken, ook niet door verpanding of beleening.

Indien hij last geeft het pensioen voor hem te ontvangen, kan hij die lastgeving altijd herroepen.

Alle overeenkomsten hiermede strijdig zijn nietig.

Het nemen van voorschotten op pensioen, al of niet tegen rente, en tegen afgifte der pensioensakten, bij plaatselijke en gemeentebesturen, liefdadige of tot algemeen nut werkende instellingen, is niet onder de bij dit artikel verboden beleeningen begrepen, mits de bepalingen, waarnaar die voorschotten geschieden, zijn goedgekeurd, in Nederland door den Minister van Koloniën, in Nederlandsch-Indië door de Hoofden van gewestelijk bestuur.

Wanneer een burgerlijk gepensionneerde in een gesticht of instelling van weldadigheid, door het openbaar gezag erkend, is opgenomen, of op welke wijze ook door zoodanige instelling of door eene burgerlijke gemeente wordt verpleegd, wordt, zoolang dit geschiedt, zijn pensioen uitbetaald aan het bestuur van dat gesticht, die instelling of gemeente.