is toegevoegd aan uw favorieten.

Reglementen op de pensioenen, verloven, vrije overtocht, wachtgelden, nonactiviteits-traktementen, ... voor Europeesche Oost-Indische ambtenaren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. op geljjke wijze als de huwelijkscontributie, bedoeld sub b en d van artikel 11, eerste lid, indien de bijdrage bij vermeerdering van bezoldiging moet worden voldaan. Over het gedeelte van het inkomen, dat op dezen voet wordt ingehouden, is de gewone contributie niet verschuldigd.

10. De extra-bijdrage, welke verschuldigd is krachtens lid 3 en die, welke verschuldigd is krachtens lid 4 worden aangezuiverd op gelijke wijze als de huwelijkscontributie, bedoeld sub b en d van artikel 11, eerste lid. Over het gedeelte van het inkomen, dat wordt ingehouden op den voet van het bepaalde in dit lid, is de gewone contributie niet verschuldigd.

11. De extra-bijdrage, welke verschuldigd is krachtens lid 7, wordt aangezuiverd op gelijke wijze als de huwelijkscontributie, bedoeld sub b van artikel 11, eerste lid. Over het gedeelte van het inkomen, dat wordt ingehouden op den voet van het bepaalde in dit lid, is de gewone contributie niet verschuldigd.

12. De vorderingen van het fonds wegens extra-bijdragen, als in dit artikel bedoeld, verjaren door verloop van dertig jaren.

Art. 35.

1. Indien een of meer kinderen van een deelgenoot worden gewettigd op den voet van artikel 275 van het Nederlandsch-Indische of artikel 330 van het Nederlandsche Burgerlijk Wetboek en dientengevolge bij zijn overlijden aanspraak op onderstand kunnen maken, moet door dien deelgenoot van de wettiging kennis worden gegeven: in Nederlandsch-Indië aan de Administratie van het fonds door tusschenkomst van de autoriteit, die zijne inkomsten betaalbaar stelt, elders aan de Directie van het fonds.

2. Wanneer de in lid 1 bedoelde verplichting niet is voldaan binnen een jaar na den datum, waarop de brieven van wettiging zijn verleend, worden de extra-bijdragen, bedoeld in artikel 34, lid 2, tien ten honderd hooger. Bovendien verbeurt de deelgenoot eene boete van een ten honderd van het oorspronkelijk verschuldigd bedrag, voor elke maand, welke hij na het verstrijken van dien termijn heeft laten verloopen en zulks tot de maand, waarin de schuld in haar geheel wordt aangezuiverd, of waarin met de aanzuivering der schuld in termijnen een aanvang wordt gemaakt. Wat de wijze