is toegevoegd aan je favorieten.

Reglementen op de pensioenen, verloven, vrije overtocht, wachtgelden, nonactiviteits-traktementen, ... voor Europeesche Oost-Indische ambtenaren

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK B.

III. REGELING

OMTRENT HET VERLEENEN VAN KORT VERLOF NAAR PLAATSEN, BUITEN NEDERLANDSCH-IND1Ë GELEGEN.

(Ind. SB. 1910 n°. 643).

Art. 1.

Aan Europeesche burgerlijke ambtenaren, die krachtens de bestaande bepalingen binnenlandsch verlof kunnen bekomen, kan op den voet van deze regeling verlof worden verleend naar plaatsen, buiten Nederlandsch-Indië gelegen.

Art. 2.

Op zoodanig verlof zyn, behoudens het voorkomende in de artikelen 3 en 4 dezer regeling, van toepassing de ingevolge de vorenbedoelde bepalingen voor den betrokken persoon geldende voorschriften omtrent het verleenen van binnenlandsch verlof wegens andere gewichtige redenen dan ziekte.

Art. 3.

Onverminderd de bevoegdheid van den Gouverneur-Generaal om in bijzondere gevallen verlenging van het verlof boven dat maximum toe te staan, wordt het verlof verleend voor den tijd van ten hoogste drie of vier maanden naar plaatsen of streken, welke door de autoriteit, die het verlof verleent, in hare desbetreffende beschikking uitdrukkelijk worden vermeld.

De Gouverneur-Generaal bepaalt in welke gevallen het verlof voor ten hoogste drie maanden en in welke gevallen het voor ten hoogste vier maanden kan worden verleend.

De verlofganger is gehouden, naar daartoe door de in de eerste alinea van dit artikel bedoelde autoriteit te geven aanwijzing, van zijn aankomst en adres kennis te geven hetzij aan den Minister van Koloniën, hetzij aan den Gouverneur-Generaal.