is toegevoegd aan uw favorieten.

Het een en ander over het tariefwezen der spoorwegen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XVI. VERDEELING VAN HET VERKEER.

Op Java is het doorgaande vervoer nog van weinig beteekenis zoodat de verdeeling van het verkeer geen onderwerp van overwegend belang is. ')

Waar het spoorwegnet echter steeds dichter wordt door den aanleg van nieuwe lijnen, waardoor steeds meer aansluitingspunten en concurrentiestations ontstaan, kan het wenschelijk zijn een en ander omtrent de verdeeling van het verkeer te vermelden.

Bij het rechtstreeksche verkeer tusschen aansluitende spoorwegen moet, behalve met de in het vorige hoofdstuk genoemde eischen voor de leiding van de transporten in binnenverkeer, met een ander en wel een overwegend belang rekening worden gehouden, nl. met de vrachtopbrengst.

Deze is nl. afhankelijk van den afstand, waarover het vervoer plaats heeft.

Daarom moeten ten opzichte van het rechstreeksche verkeer de overwegingen, welke bij het binnenverkeer de keuze der route bepalen, meestal wijken voor het geldelijke belang, in verband waarmede iedere spoorwegondernemer tracht de goederen zoo ver mogelijk over zijne eigen lijnen te vervoeren.

Bij het rechtstreeksche verkeer worden de instradeeringsvoorschriften voor de verschillende relatiën vastgesteld bij bijzondere overeenkomsten tusschen de betrokken administratiën, dan wel, waar tariefverbonden3) bestaan, in elk verbond nader geregeld in verband met de concurrentie.

De vraag langs welken weg het verkeer moet worden geleid, is voor de spoorwegondernemingen van groot gewicht. Zij trachten daarom de vervoerders te bewegen geen gebruik te maken van

') Verdeeling van vervoer heeft op Java o.m. in hoofdzaak plaats tusschen de Nederlandsch-Indische Spoorweg-Maatschappij (Stoomtram Goendih—

Soerabaja) en de Oosterlijnen der Staatsspoorwegen (overeenkomst septeniber 1906 betreffende de regeling van het concurreerende goederenvervoer van of naar Soerabaja), voorts weder tusschen die spoorwegmaatschappij (spoorweg Batavia—Buitenzorg) en de Westerlijnen der Staatsspoorwegen.

Op Java zijn de betreffende overeenkomsten of regelingen óf gebaseerd op „uitbesteding van het vervoer" aan eene transitlijn (vervoer in beide richtingen over ééne route) öf op de verdeeling van te bedienen verkeersgebieden öf op het stelsel der kortste route.

Het bestek van dit werkje laat niet toe daarop verder in te gaan, waar het onderwerp slechts in algemeenen zin wordt besproken.

') Zie hoofdstuk XVIII.