is toegevoegd aan uw favorieten.

Een jaar onder de Karo-Bataks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sekten en richtingen in dit land, spiritisten en anti-spiritisten, eens zijn de geleerden het hier ook al niet.

30 April.

Een geheele week niet geschreven, maar ik heb het ook druk? gehad. Lach nu niet, je kunt het in de wildernis ook wel druk hebben. Zeker zal je zeggen, ciat ik des avonds toch wel had kunnen schrijven, doch—de lust ontbrak. Om te schrijven moet men niet alleen een onderwerp hebben om over te schrijven, maar het onder verp moet ook onze sympathie hebben.

Anders ontbreekt de lust om te schrijven. Om niet al te lang te wachten zeg ik hier in het kort wat er gebeurd is.

Op een morgen komt nande Gori hier om haar kindje te laten zien. Sedert twee dagen was het koortsvrij en de oogjes schitterden weer. Haar man zwierf nog steeds van de eene dobbelplaats naar de andere en daarom durfde ze nog eens om geneesmiddelen komen vragen, opdat toch vooral de koorts zou wegblijven. Ik gaf haar nog wat van mijn kleinen voorraad, ze draalde met weggaan.

— Heb je nog iets? vroeg ik haar.

-— Och mijnheer, U moest toch eens gaan zien naar het huisgezin van Pa Serboet?

—- Wat is er aan de hand ?

— Allen zijn daar ziek, man, vrouw en kind.

Nu moet je weten dat ik juist mijn eigen potje moest koken, het stond op het vuur en eischtte toezicht. Ik kon niet weg, maar beloofde toch straks te zullen komen.

Ik heb het heel moeilijk thans. Amat is weg, Lewet ook; niemand kan ik in dezen tijd van drukken veldarbeid krijgen om mij te helpen. Genep is nu mijn rechterhand, dwz. bij het huishouden-doen. Hij kookt mijn rijst, braadt een kip, veegt het huis en wascht mijn goed. Hij weet van dat alles evenveel of even weinig als ik, dus je kunt je voorstellen hoe alles loopt. Toch, met een zeker instinct voor alles wat de maag betreft, heeft hij het in de kook-