is toegevoegd aan uw favorieten.

Een jaar onder de Karo-Bataks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lijk en klaagde luid op zangerigen toon. Woest, hartstochtelijk is de smart en toch — het doet vreemd aan te zien dat zulk een hevig bewogene zich omkeert en aan een ander een sirihpruimpje vraagt. Ze schijnen er een genot in te vinden zich zoo op te winden. Hevig is de smart, maar of het diep gaat? Nu bij velen zeker niet, maar wel bij die arme moeder.

Om twee uur ongeveer werd de mat om het lijk gebonden en hing men het aan een draagstok van bamboe. Dit geschiedde buitenshuis. Vrouwen namen den stok op de schouders en toen ging het grafwaarts. Op de begraafplaats gekomen, moest eerst het graf gegraven worden. De mannen maken zich niet erg moe, alles deden zoowat de vrouwen. Intusschen waren anderen aan het dansen gegaan. Neen, niet wat wij onder dansen verstaan, maar ze hebben behoefte om hun smart ook door lichaamsbewegingen uit te drukken. Het dansen weid echter wilder en eindelijk zag ik een vrouw in elkaar zakken, juist als bij de spiritistische seance waar van ik je verteld heb. Naderhand hoorde ik van L,ewet dat men dan met de ziel spreekt, om haar te zeggen dat ze nu werkelijk dood is en nooit meer iets mag komen vragen, tenzij door de priesteres die als medium kan optreden.

Het graf was eindelijk gereed; men wierp er wat ïdjoek in en stak dat in brand. Daarmede wil men de zielen deilevenden wegjagen, die zich soms in het graf mochten bevinden. Het lijk werd in den kuil gelegd en nu maakte men een scheidsmiddel tusschen de levenden en dooden. Men nam namelijk kalmuswortels en wierp dat op het lijk. Dit is het middel dat de dooden van de levenden scheidt. Daarna werd het lijk begraven.

Allen gingen heen, zoo spoedig mogelijk. Achter hen aan jaagde de half razende priesteres met brandneteltakken in de hand om de zielen der levenden van het graf te verdrijven. En de weg naar het graf werd met bladeren en brandneteltakken afgesloten.