is toegevoegd aan uw favorieten.

Een jaar onder de Karo-Bataks

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ruischend valt het graan

Ach nee, maaien doet ben hier niet, het is spelenderwijs werken. Waarom ook niet? Waarom moet arbeiden altijd slavenarbeid beteekenen? Hier werkt men voor zijn genoegen. Het is een vroolijke tijd, het is een vroolijk werk. Lewet werkt met zijn mond veel harder dan met zijn handen; men vergeeft het hem graag. Hij is immers de getapte? En Napai werkt met haar handen en met haar oogen en bij elke bos rijst die zij neerlegt, ontsnapt haar een zucht van verliefdheid. Als ze in dezen oogsttijd niet aan den man komt. dan wordt ze al een beetje oud, dan is ze minder in trek. Hier is men al heel gauw een oude juffrouw in de oogen der jongelingen. Waarom geeft ze toch die vent van een Lewet niet op? Ik zou haar een beteren man toewenschen dan die kwajongen. Men hoeft geen waarzegger te zijn om haar lot met dien man te voorspellen. Pa Gori is zijn evenbeeld en voorbeeld misschien.

Om twaalf uur gingen we eten en daarna ging alles weer spoedig aan het werk. De weinige droge dagen in dezen tijd moeten benut worden. Het is hier niet lang droog.

17 Januari.

Al tien dagen is er geen regen gevallen. Heerlijk voor de menschen die oogsten moeten. De lucht die men inademt is fijn en licht, men beweegt zich gemakkelijk, alles schijnt lichter te zijn geworden. Modder en plassen zijn door de lieve zon opgedroogd en het loopen is aangenaam te noemen. Ik stroop hier den omtrek af. De hemel is strak blauw en zelfs de sombere bosschen kijken vroolijk en die reuzenboomen met hun goudgele bloesems steken als kollosale luchters hun kronen omhoog. Eiken dag zwerf ik door de bosschen of naar de velden der andere dorpen en geniet en help mee oogsten.

Op liet veld van Pa Serboet is de oogst oog afgeloo-