is toegevoegd aan uw favorieten.

De regeling van het desabeheer (Sbl. 1906, no. 83) en die van het credietverband (Sbl. 1908, no. 542) getoetst aan de eischen van het inlandsch credietwezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ks erben sich Gezetz' und Rechte Wie eine ew'ge Krankheit fort!

Goethe's Fanst.

§ 1 Doel van dit geschrift.

Het is bekend, dat men ongeveer een tiental jaren geleden begonnen is, de noodzakelijkheid van eene rationeele credietverleening aan den Inlander in te zien. Wat sedert in dit opzicht onder eendrachtige samenwerking van regeering, ambtenaren en particulieren is verricht, kan men lezen in de voordracht, door den inspecteur van het Inlandsch credietwezen H. Carpentier Alting gehouden op de vergadering van het Indisch Genootschap te 's Gravenhage van den 26eu November 1907 (zie blzz. 41—78 der „Verslagen" van genoemd genootschap, afzonderlijk verkrijgbaar). Daarin zal men ook kunnen lezen, met welke bezwaren van allerlei aard, zoowel juridische als practische, de vele in het belang van den Inlander in het leven geroepen credietinstellingen, speciaal de dusgenaamde afdeelingsbanken, te kampen hebben. Het koninklijk besluit nu van 6 Juli 1908 No. 50, afgekondigd in Stbl. 1908 No. 542, heeft ons met een nieuw rechtsinstituut verrijkt, credietverband gedoopt, hetwelk bestemd is althans aan één dezer bezwaren tegemoet te komen. Het doel van dit geschrift is, te onderzoeken, of dit nieuwe rechtsinstituut inderdaad zijne bestemming naar behooren zal kunnen vervullen.

Tot goed begrip dienen wij echter vooraf in het kort