is toegevoegd aan uw favorieten.

De regeling van het desabeheer (Sbl. 1906, no. 83) en die van het credietverband (Sbl. 1908, no. 542) getoetst aan de eischen van het inlandsch credietwezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit recht is dus te vergelijken met het erf. ind. bezitsrecht op Staatsdomein.

Onder de sub 4o genoemde rechten zullen wel de familie- en negerigronden van verschillenden aard te verstaan zijn, welke wij in de buitenbezittingen aantreffen. De term „burgerlijke gemeenschappen" doet hierbij wel wat vreemd aan. Van dergelijke grondrechten noemen wij als voorbeeld die, uitgeoefend op tanah poesaka in de Minahassa en bij de Maleiers van Sumatra's W.-kust, en op de doesons der Ambonsche dati's. Of men deze echter ooit met credietverband zal bezwaren, valt te betwijfelen. Immers, die gronden zijn volgens adatrecht onvervreemdbaar, dus ook onverbindbaar, althans indien zulk een verband te eeniger tijd den verkoop dier gronden ten gevolge zou kunnen hebben.

Op voorbeeld van de C. V. werd hier van gebruiksrechten, in den meervoudsvorm, gesproken. Dit is evenwel minder juist. Onwillekeurig zou men aan de bevoegdheden kunnen gaan denken, die uit de verschillende soorten van het gebruiksrecht voortvloeien. Niet deze bevoegdheden of „rechten" zijn voor credietverband vatbaar, maar het gebruiksrecht, beschouwd als het geheel dier bevoegdheden. Dit laatste heeft uit den aard der zaak geen meervoud.

Behalve dat men in a. 3 C. V. den enkelvoudsvorm dient te bezigen, zou het m. i. ook wenschelijk zijn, den term bezitsrecht te gebruiken in plaats van gebruiksrecht. Wel is waar heeft dit bezitsrecht hoegenaamd niets met dat van het B. W. gemeen, maar daardoor is dan ook elke vrees voor verwarring uitgesloten. De reden, waarom ik aan dezen term de voorkeur geef, is eenvoudig te zoeken in het feit, dat zoowel het agrarisch besluit, als ook de meeste agrarische verordeningen zich ervan bedienen. (')

(*) Het vóórlaatste lid der agrarische wet (dus van a. 62 R. R.) spreekt van „grond door Inlanders in erfelijk individueel gebruik bezeten"; zoo ook worden gebruik en bezit in het kon. besl. betreffende vervanging van erf. ind. bezit door agrariscben eigendom door elkaar gebezigd. Ook Sbl. 1875 no. 179 spreekt van gebruiksrecht; daarentegen