is toegevoegd aan uw favorieten.

De regeling van het desabeheer (Sbl. 1906, no. 83) en die van het credietverband (Sbl. 1908, no. 542) getoetst aan de eischen van het inlandsch credietwezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarop bezitsrecht? Het staat nergens bepaald, en ot de adat daarin voorziet is zeer twijfelachtig. Maar dan is het wel wat gewaagd om te bepalen, dat het credietverband zich ook tot dien aanwas uitstrekt. In elk geval dient er gesproken te worden van verbeteringen enz. niet van „het verbonden goed", maar van „het goed, dat het object van het verbonden bezitsrecht vormt".

Het credietverband strekt zich verder uit tot hetgeen de lechthebbende op den grond „daarmede" (d. i. met den grond, die het object van het verbonden bezitsrecht vormt) door opbouw, beplanting of bezaaiing vereenigd heeft. Niet dus tot de bebouwingen enz. die een niet-rechthebbende op den grond gesteld heeft. Onder den ,,rechthebbende op den grond" kan niemand anders worden verstaan dan de Inlandsche bezitter, wiens bezitsrecht is verbonden; staan de gebouwen enz.' op andermans grond, zoo kunnen zij volgens a. 3, 5e. C. V. afzonderlijk bezwaard worden. Wij moeten de laatste woorden van a. 4 C. V. derhalve aldus verstaan: wanneer een Inlandsch grondbezitter zijn bezitsrecht met credietverband bezwaart, zal dit verband geacht worden tevens gevestigd te zijn op de bebouwingen enz., zonder dat daarop afzonderlijk credietverband gevestigd behoeft te worden. (x)

§ 18. De beginwoorden van a. 4 C. V.

Krachtens de beginwoorden van a. 4 C. V. strekt het

Pj Het verschil met art. 1165 B. W. is duidelijk. De daarin vervatte bepaling zou, zonder uitdrukkelijk voorschrift, van zelf gelden, omdat hypotheek gevestigd is op grond en zich dus tevens uitstrekt tot alles, wat met dien grond verbonden wordt. Ingeval echter het bezitsrecht op deri grond wordt verbonden, is niets anders dan dit recht object van het credietverband, en zouden de bebouwingen enz. zonder uitdrukkelijke bepaling dus niet onder het verband vallen. Thans echter wordt, indien het bezitsrecht verbonden is en door den rechthebbende op den grond wordt geplant of gebouwd, van rechtswege als het ware een credietverband op die beplantingen etc. gecreeerd. Men bedenke, dat het recht van den Inlander op den grond van geheel anderen aard is als zijn recht (vol eigendomsrecht) op de bebouwingen en beplantingen op dien grond.