is toegevoegd aan uw favorieten.

De regeling van het desabeheer (Sbl. 1906, no. 83) en die van het credietverband (Sbl. 1908, no. 542) getoetst aan de eischen van het inlandsch credietwezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

credietverband worden bezwaard. Na de verdeeling blijft het credietverband alleen gevestigd op het deel, dat aan den schuldenaar, die het verband heeft verleend, is toebedeeld, behoudens de bepaling van artikel 1341 van het Burgerlijk Wetboek voor Nederlandsch -Indië, die toepasselijk is. Aldus praat a. 5 C. V. plichtmatig a. 1166 (1212) B. W. na, natuurlijk mutatis mutandis.

Deze bepaling ziet er, in verband met de meer primitieve rechtsbegrippen der Inlanders beschouwd, eenigszins vreemd uit. En wel om deze reden, dat verdeeling van grond en van alles, wat verder volgens Europeesche begrippen als onroerend wordt aangemerkt, volgens de adatrechten van geheel Indië in den regel een onding is.

Men kan het in onzen archipel veelvuldig voorkomend gemeenschappelijk grondbezit in de verste verte niet vergelijken met den medeëigendom volgens Europeesch recht. Immers, waar volgens dit laatste aan ieder eigenaar individueel een onverdeeld aandeel toekomt, hetwelk hij als een deel van zijn individueel vermogen beschouwen, en waarover hij dus ook individueel beschikken kan, heeft de Inlandsche medebezitter van een stuk grond individueel daarop niet het minste recht. Want waar gemeenschappelijk grondbezit in den archipel (speciaal in de buitenbezittingen) voorkomt, daar telt de mederechthebbende ten opzichte daarvan niet als individu, maar uitsluitend als deel van het gezin, van de familie, of van eene grootere gemeenschap mee. Van een gemeenschappelijk bezit in Europeesch-rechtelijken zin kan dus geen sprake zijn; het gezin, de familie, de clan enz. zijn de eigenlijk rechthebbenden. Evenmin als een aandeelhouder eener landbouwmaatschappij een onverdeeld aandeel in het aan die maatschappij toebehoorend land heeft en dit zou kunnen verkoopen, evenmin een Inlandsche medebezitter van den grond. Nu kan de aandeelhouder wel zijn aandeel op een ander overdragen en dien ander daardoor deelhebber in die maatschappij doen worden; de Inlandsche medebezitter echter kan ook dit niet doen, want dan zou hij