is toegevoegd aan uw favorieten.

De regeling van het desabeheer (Sbl. 1906, no. 83) en die van het credietverband (Sbl. 1908, no. 542) getoetst aan de eischen van het inlandsch credietwezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu dergelijke bepalingen ontbreken, daarentegen de strenge bepalingen van artt. 6-8 C. V. daarvoor in de plaats te vinden zijn, zal elk credietverband zeer precair zijn. De beschikkingsbevoegdheid is nl. in de meeste gevallen rechtens niet te bewijzen, is veelal zelfs geheel onzeker. Zoo zagen wij bv. reeds dat het niet vaststaat, of een vreemde Oosterling erfpachter op een particulier land kan zijn; of de Inlander, die zich als zoodanig voordoet, wel rechtens opgezetene, en dus in werkelijkheid erfpachter is, kan mede twijfelachtig zijn enz. Maar het erfpachtsrecht zelf is feitelijk onbewijsbaar, evenzoo zijn het de verschillende soorten van Inlandsch bezitsrecht. Volgens art. 3 Sbl. 1836 n° 19 is het z. g. n. erfpachtsrecht gevestigd op: „alle gronden, door de Inlandsche bevolking metderdaad bebouwd, bewerkt en onderhouden, voor eigen rekening en risico"; m. a. w. op de ontgonnen gronden, die van ouds hetzij krachtens erfrecht, hetzij krachtens koop of schenking van den eenen op den anderen rechthebbende in feitelijk bezit zijn overgegaan Hoe dan is het recht van den tegenwoordigen erfpachter te bewijzen, waar men geenerlei verjaringstermijn te hulp kan roepen? Dit bewijs vormt evenzeer eene probatio diabolica als dat van het Europeesch eigendomsrecht er eene zou zijn zonder het instituut der acquisitieve verjaring. Dit instituut is nl. voor zoover ik weet, in het adatrecht niet bekend.

Dezelfde opmerking geldt ten aanzien van het bezitsrecht op „gronden, door de Inlanders voor eigen gebruik ontgonnen of als gemeene weide of uit eenigen anderen hoofde tot de dorpen behoorende" [verg. a. 62 R. R.], en van dat op gronden in de buitenbezittingen. In de practijk stelt men zich meestal met eenige getuigenissen van desagenooten, w. o. het desahoofd, tevreden; men is reeds blij, als de loerah een eenigzins betrouwbaar register der tot het desagebied behoorende gronden er op na houdt. Men handelt dus vrijwel, alsof ten aanzien dezer erfpachts- en bezitsrechten bezit te goeder trouw (d. w. z.