is toegevoegd aan uw favorieten.

De regeling van het desabeheer (Sbl. 1906, no. 83) en die van het credietverband (Sbl. 1908, no. 542) getoetst aan de eischen van het inlandsch credietwezen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vooreerst is het eene werkelijk slechte methode van ' wetgeving, om artikelen van het Wetb. v. Strafr. „toepasselijk" te verklaren op nieuw in het leven te roepen delicten. Men kan daarmede niets anders bedoelen, dan aan reeds bestaande delicten eenige nieuwe van gelijke soort toe te voegen, waarop dezelfde straf bedreigd wordt. Maar waarom dan niet het strafwb. zelf op de gewenschte wijze aangevuld ? Mij dunkt, dit zou- veel rationeeler zijn; hierdoor ook zou de eenheid van het Stwb. niet verbroken worden, terwijl bij eventueele invoering van een nieuw Stwb. de kans minder groot is, dat verspreide strafbepalingen over het hoofd worden gezien. Vreemder nog wordt de gelaakte methode van wetgeving, indien artikelen van het Stwb. toepasselijk worden verklaard op nieuwe delicten, welke van geheel anderen aard zijn dan die, in de toepasselijk verklaarde artikelen vervat; zooals bv. is geschied ten aanzien van het verbergen van opium bij een ander met het doel om dezen van het bezit van clandestiene opium enz. te doen verdenken, waarop n. b. art. 326 Stwb. Eur., a. 328 Stwb. Inl. toepasselijk werden verklaard ! (*) Iets dergelijks nu heeft in art. 37 C. V., in getrouwe navolging van. a. 6 Oogstv., plaats gevonden. In zulk een geval kan men slechts bedoeld hebben, dezelfde strafbedreiging te stellen op het nieuwe delict; maar waar is dan het aanhalen van strafwetboeksartikelen voor noodig?

Wat verder in deze twee artikelen C. V. opvalt is, dat op de aldaar omschreven delicten ook artikelen van het Stwb. voor de Europeanen toepasselijk worden verklaard. Ik kan mij niet goed voorstellen, hoe deze delicten door een Europeaan zouden kunnen worden gepleegd.

§ 48. Artikel 36 C. V.

Het eerste stel delicten vormt eene uitbreiding van de stellionaatsdelicten. De volgende handelingen worden bij a. 36 C. V. strafbaar gesteld:

(') Zie bv. Sbl. 1890 no. 149, a. 22 (jo 1890 no. 155); Sbl. 1898 no. 277 a. 9; enz.— laatstelijk nog in a. 10 Sbl. 1908 no. 639.