is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vervallen; doch geenszins het gevolg van bloot, overleg tusschen de besturen dier instellingen mag zijn, te minder, daar in het door de wet onderstelde geval de regeling der nieuwe bestemming van de inkomsten van instellingen, die, zoo als liet burgerlijk armbestuur van 1 Vouw, behooren tot die in litt. a van ai t. 2 der wet omschreven, niet aan hare besturen , maar aan den gemeenteraad, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, opgedragen is;

dat het doel der burgerlijke armeninstelling van Wouw niet vervallen is, en dat al/oo de door Gedeputeerde Staten van Noordbrabant aan het bestuur dier instelling verleende magtiging om het beheer der goederen en inkomsten aan anderen op te dragen, met de wet

strijdt; ., .

Gelet op art. 166 der provinciale wet;

Den Raad van State gehoord (advies van den 18den Oetober 1864, no. 10);

Hebben goedgevonden en verstaan:

Het besluit van Gedeputeerde Staten van Noordbrabant, van den 20sten Mei 1864, G. no. 89, te vernietigen.

Onze Minister enz.

's Gravenhaae, den 19den Oetober 18b4.

(get.) Willem.

De Minister van Hinnenlandsehe Zaken, (get.) Thorbecke.

N°. 2G. Koninklijk Besluit van den 2<ien Maart 1865 (Stbl. n". 23), tot vernietiging van een besluit der Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland dd. 22 Maart 1864, n'\ 58, waarbij een door ingelanden van den polder Peursum . gehouden stemming werd vernietigd.

Gedeputeerde Staten zijn verder gegaan dan de hun bij art. 152 der provinciale wet opgelegde uitvoering van provinciale reglementen medebrengt, door de stemming tot benoeming van een hoofdingeland van het waterschap de Overwaard te vernietigen op grond der artt. 91 en 95 van het algemeen reglement voor de polders in Zuid-Holland (goedgekeurd bij

K. B. van 24 Augustus 1856, no. 63), daar blijkens zijn opschrift dit reglement juist niet geldt voor waterschappen als het onderwerpelijke.

1. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

2. besluiten tot uitvoering van provinciale reglementen mogen alleen worden genomen in gevallen, waarop de reglementen van toepassing zijn.

3. interpretatie, waar de toepasselijkheid van het provinciaal reglement wordt beoordeeld naar zijn opschrift en het in casu niet toepasselijk wordt geoordeeld;

interpretatie, waar in het gegeven geval de aan Gedeputeerde Staten opgedragen uitvoeringsbevoegd.heid overschreden wordt geoordeeld en dus strijd met art. 15*2 aanwezig wordt geacht.

4. de vernietiging is gebaseerd op het nemen van een besluit, ter uitvoering van een provinciaal reglement, ten opzichte van een waterschap, waarop juist dat reglement niet van toepassing is.

Wij Willem III, enz.

Gezien een besluit van Gedeputeerde Staten van Zuidholland, van '22 Maart 1864, no. 58, waarbij de op den 7den Oetober te voren door ingelanden van den polder Peursum gehouden stemming ter benoeming van een' hoofdingeland van het waterschap de Overwaard vernietigd, en eene nieuwe stemming te dier zake bevolen is;

Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den L23sten November "1864, no. 249 , 3de afdeeling;

Den Raad van State gehoord (advies van den 7den Kebruarij 1865, no. "13);

Gezien het nader rapport van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 28sten Februarij 1865, 3de afdeeling; Overwegende, dat het besluit van I Gedeputeerde Staten, van den 22sten Maart 1864, 110. 58, is genomen op grond der artt. 91 en 95 van het algemeen reglement voor de polders in de provincie Zuidholland, goedgekeurd bij Ons besluit van den 24sten Augustus 1856, no. 63;

Overwegende, dat dit reglement, blij-