is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of bedieningen bij waar te nemen; dat de schooluren zijn van 9—HVii v:ln '2—4 en van 5—7 ure, met uitzondering van des Zaterdags namiddags en des Woendags van 5—7 ure; dat de onderwijzer nog voor zijn eigen voordeel, gedurende vier dagen per week, lesgeeft van 12—1; dat hij nog het presidentschap eener societeit en het commissariaat eener zangschool waarneemt; voorts dat in de gemeente van tijd tot tijd soms vrij hevige strijd heerscht op kerkelijk n-ohiorl /onwel' onder de verschillende

PintBst.ant.sche rictingen, als in het

kerkgenootschap, waarbij de onderwijzer van Willigen ouderling en notabele is, en dat het niet wenschelijk kan geacht worden dat het hoofd der school, als ouderling en notabele, daaraan deelneme;

dat Gedeputeerde Staten daarop hebben verklaard „dat de taak van openbaar onderwijzer, zooals de wet die omschrijft, niet wel vereenigbaar is met kerkelijke dienstbetrekkingen", en mitsdien de gevraagde vergunning hebben geweigerd;

dat de adressant zich door die beschikking bezwaard acht, en beweert dat tyet bekleeden van beide bedieningen hoegenaamd geen schade kan berokkenen aan het onderwijs;

Overwegende:

dat, daargelaten wat onder het woord bedieningen in art. 36, eerste lid, der wet van 17 Augustus 1878 (Staatsblad no. 127) in het algemeen te verstaan zij, daaronder elke betrekking, zooals de hierbedoelde, door een kerkelijk gezag of eene kerkelijke gemeente opgedragen, «ril wnnipn heereDen:

dat het artikel den onderwijzer het bekleeden van eenig ambt of bediening in het algemeen verbiedt;

dat het echter aan Gedeputeerde Staten de bevoegdheid geeft, den districtsschoolopziener gehoord, van dat verbod vrijstelling te verleenen; en dat, naar de bedoeling des wetgevers hiertoe behoort te worden overgegaan, tenzij gegronde redenen het onraadzaam doen achten in het belang van het onderwijs;

dat als gegronde reden niet mag gelden de algemeene stelling, waardoor Gedeputeerde Staten hunne afwijzing motiveren: „dat de taak van openbaar onderwijzer, zooals de wet die omschrijft, niet wél vereenigbaar is met kerkelijke dienstbetrekkingen , vermits de wet

zelve, door niet te onderscheiden tusschen kerkelijke en andere ambten en bedieningen, ruimte laat voor de waarneming ook van kerkelijke ambten en

bedieningen door oen openuaren uimei-

wnzer;

dat, niettegenstaande meergenoeinne

V»rwl nrron rppfl< crat Inrende eeniee laren

door den appellant worden vervuld, op geen enkel feit is gewezen, waardoor de vrees ware te regtvaardigen dat de waarneming dier bedieningen den appellant te zeer zal aftrekken van zijne taak als hoofd der school;

dat dan ook de arrondissements-schoolopziener verklaart in de gevoelens van burgemeester en wethouders niet te deelen; terwijl de districts-schoolopziener, ofschoon de gevraagde vrijstelling ontradende, hunne beschouwingen niet vrij van overdrijving acht;

dat er derhalve geen gegronde reden bestaat om de gevraagde vrijstelling te onthouden;

Gezien art. 36 der wet van 17 Augustus 1878 (Staatsblad no. 127) en artt. 39 en 40 der wet van 21 December 1861 (Staatsblad no. 129);

Hebben goedgevonden en verstaan, met vernietiging van het besluit van Gedeputeerde Staten van Noordbmbant, van 13 .lanuarij 1881, G, no. 65, aan .1. H. van Willigen, hoofd der openbare lagere school te s G-rctt'ewioer, vrijstelling te verleenen van het verbod opi met zijne betrekking van onderwijzer, hoofd der openbare school, te be-

. . " . .. I i: nl.-< li<l VI n

kleeden aie van ouuerunë, a» ««* den kerkeraad , alsmede die van notabele t

,• I U~|. I^Anl/WtllllP rlpp Hpii-

ais lia van net

vormde gemeente.

Onze Minister enz.

Het Loo. den 24sten Julij 1881.

(get.) Willem. De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Six.

NO. 16. Koninklijk Besluit van den

18ten Juli 1882 (Stol. n°. 113), waarbij met vernietiging van een besluit der Gedeputeerde Staten van Gelderland, dd. 14 Maart 1882, n°. 109, machtiging wordt verleend tot hel aan-