is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maanden, welke hij gedurende dat 1890, no. 1, waarbij zijne door den

tijdvak in militaire detentie door- militieraad uitgesproken aanwijzing tot

bracht en wel op grond van art. 15 den dienst bij de militie is gehandhaafd;

der wet tot wijziging van het cri- Den Raad van State, afdeeling voor

mineele wetboek voor het krijgsvolk de geschillen van bestuur, gehoord (ad-

te lande van 14 November 1879 vies van 26 Februari 1896, no. 20);

(Stbl. no. 191), gewijzigd bij art. 9 °PD.dli voordracht van den M.nister

\ . . -ic a 100c van Binnenlandsche Zaken, van 10 Maart

der invoeringswet van 15 April 188b ,,Qnr. „ ,, , AI , UT).

189b, no. 411 M, afdeeling Militie en

(Stbl. no. 64). SchutterijenLaatstgenoemde bepalingen echter Overwegende, dat Albertus Corhebben geene verdere strekking, neüs van der Horst voornoemd de dan om den duur van den inge- jongste is uit een gezin van vier broeders, volge de wet of overeenkomst ver- waarvan de oudste meer dan vijf jaren plichten diensttijd te verlengen met als loteling bij de militie heeft gediend, de tijdvakken, gedurende welke de de tweede van militiedienst is vrijgesteld dienstplichtigen een der daar be- wegens broederdienst, en de derde, gedoelde straffen in hun diensttijd boren op 25 Mei 1869, zich reeds op 10 ondergaan hebben, doch mogen September 1884, alzoo vóór het volbrenniet gerekend worden , ook ten gen van zÜn 16de levensjaar, totvrijwilopzichte van de toepassing der ügen krijgsdienst heeft verbonden als A militiewet mede te brengen, dat tamboer voor den tijd van acht jaren

veroordeelden gedurende hunnen bfJ ™nms,.tva" den k"Jgsraad in het

. x.' x vierde militaire arrondissement van o

straftijd met d.enst waren of Aug|,stus 1885 tot drie maanden mili.

„gediend hebben. taire detentie, en vervolgens bij vonnis

In het onderwerpelijk geval behoort van voorschreven krijgsraad van 4 Fe-

dus aan den loteling, wiens oudste kruari 1889 tot twee maanden militaire

broeder meer dan vijf jaar heeft detentie veroordeeld is en deze stralïen

gediend, wiens tweede broeder opvolgend ondergaan heeft, en daarna,

werd vrijgesteld en wiens derde op 19 September 1890, met een briefje

broeder om boven aangegeven re- van ontslag uit den dienst is wegge-

denen wel gerekend moet worden, zonden;

ook den bij art. 50 sub 20 der dat, niettegenstaande de appellant op

militiewet gevorderden tijd van vijf grond van dezen dienst van twee zijner

jaren gediend te hebben, overeen- broeders aanspraak op vrijstelling heeft

komstig art. 48 dier wet alsnog gemaakt, de militieraad hem tot den

wegens broederdienst vrijstelling te dienst heeft aangewezen en deze uitspraak

, | i door Gedeputeerde Staten van Noord-

worden verleend. , „ , . r .

holland is gehandhaafd;

interpretatie, waar wordt uitgemaakt. dat appellant Ons verzoekt, de uitdat art. 51, sub 10. in casu terecht spraak van Gedeputeerde Staten te veris toegepast; nietigen en hem alsnog vrijstelling van interpretatie 'van art. 15 wet 1879, den dienst te verleenen op grond van zooalx dat artikel is gewijzigd, waar art* 48, in verband met art. 50, - ., wordt uiteengezet, dat de daarin der wet betrekkelijk de Nationale Militie, vervatte bepaling niet ook van toe- Overwegende, dat bij de berekening passing is op de gevallen, waar in van den diensttijd des derden broeders de militiewet wordt gesproken van volgens art. 51, 1 , van vermelde wet „in dienst" zijn of „gediend" hebben, niet in aanmerking kan komen de tijd

vóór het voleindigen van zijn zestiende

Wij Emma, enz. levensjaar;

Beschikkende op het beroep, ingesteld dat zoowel de militieraad als Gedepu-

door Albertus Cornelis van der teerde Staten, behalve evenbedoelden

Horst te Haarlem, loteling voor de diensttijd, op grond van art. 15 der wet

lichting der nationale militie van 1896, van 14 November 1879 (Staatsblad no.

tegen eene uitspraak van Gedeputeerde 191), gewijzigd bij art. 9 der wet van

Staten van Noordliolland, dd. 8 Januari 15 April 1886 (Staatsblad no. 64), van