is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

genheid kan brengen en moet dan looz

ook beschouwd worden, in strij ^

te zijn met het algemeen belang. ^ .

Evenzeer is het besluit van Qedepu- ^

teerde Staten tot goedkeuring dier ^

regeling in strijd met het alffme®" sta: belang te achten en behoort het op ( Qn<

dien grond te worden vernietigd. het

Opj ^"voordracht van den Minister , wa vnn Waterstaat, Handel en Nijverheid, i in £ Octeber'l895, litt 0, aHeehng w Waterstaat, tot vernietiging van het m besluit van Gedeputeerde Staten van la Zuidholland van 24 December lSM m waarbii is goedgekeurd een besluit van sci de vereenigde vergadering van het water- • schap „de Overwaard" van 2b September ue .i qvjq 'tot wijziging der keur- of politie-

verordening betreffende de waterontlas- , d<

lende en wlterkeerende werken, benevens , e< het peil malen in den hoogen en lagen , boezem van het waterschap „de Uyer " ' aard" vastgesteld door de vereenigde d vergadering van dat waterschap den 3den e November 1873, en goedgekeurd door d de Gedeputeerde Staten der provincie ' v

Zuidholland den 18den November 1873^ v Overwegende dat het verbod 111 ait. |a 16 der keur van 1873 onder meer opgenomen, om zonder sc^r^te'1J^stl^"r! ' stemming van het dagebjkschbestuu^ van het waterschap „binnen de bij • 7 bepaalde boezemruimte' iets te werpen of te brengen waardoor de waterloop ' kan worden verontreinigd, bij de evenvermelde wijziging is betrokken op. den o-emeenen boezem van de Overwaara 01 dieTin art. 53 van het reglement eer instelling) bedoelde toevoerkanalen ,

dat de uitbreiding van het verbod tot deze toevóerkanalen geschiedt met de uitgesproken bedoeling om aan de gemeente Gonnchem de loozing van het water m de daarin aanwezige onreinheden uit hare , gracliten en riolen op den Schellumschen vliet, die een toevoerkanaal is tot den boezem van de Overwaard, zooals die

loozing thans geschiedt, te be^tten> ,

dat deze loozing, welke sedert vele jaren aldus plaats heeft, vooralsnog voor de gemeente Gorinchem onmisbaar is als 'hebbende zij geen ander middel to

loozing harer met faecalien bezwangerde rioolwateren, en eene afsluiting daarvan

tengevolge van het bovenvermelde verbod

of tengevolge van het verbinden aan de

| toestemming van het waterschapsbestuui

van voorwaarden, waaraan zij met in ! Staat is te voldoen, eene zoo groote ! ongelegenheid zou veroorzaken als met

het algemeen belang zou strijden;

i dat de behoefte aan uitstroommg van ' water met onreine stolïen bezvvangei in wateren onder beheer of toezicht van waterschappen, niet alleen in G°ri™ ie™> i maar in onderscheidene gemeenten des lands bestaat, en het wegnemen indien , mogelijk, van daaruit voor de water I schappen of voor andere gemeenten voort: vloeiende schadelijke gevolgen wanneer ■ deze werkelijk blijken mochten te bestaan, | . wel tot eene regeling ofovereenkomst . 1 der belanghebbenden onderling of to s1 eene regeling van hooger gezag met j

, ! inachtneming der algemeene behingen I

- zoude kunnen aanleiding geven, maa j

i t i1Pt eenzijdig gebruik maken tot dat n eindet door een waterschap, dat beweert ir | die schadelijke gevolgen te^nden mden ie 1 van zijne bevoegdheid tot het maken i- van strafverordeningen in het h"'s_h°"i'. 1 delijk belang zijner instelling, v<oor het p- minst even groote nadeelen van ande ] o I /iide zou in het leven roepen;

L„- ! dat alzoo het besluit van Gedeputeerde t Staten van Zuidholland tot goedkeuring „ van de bovenvermelde wijziging der keur op I of politieverordening van het waterschap ( n- 1 de Overwaard" als strijdig met het alen . gemeen belang moet worden beschouwd of " Gelet op art. 166 der provinciale wet, ie!' Den Ra'ad van State gehoord (advies

van "12 November 189o, no. 13), tnt Gezien het nader rapport \an den •t- voornoemden Minister van 29 November nte 1895. no. 107, afdeeling Waterstaat, n„t Hebben goedgevonden en verstaan, he are genoemde be-duit van Gedeputeerde Staten „en van Zuidholland van 24 December den | te vernietigen.

'oor De Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid, tot (get.) Van der Sleyden.