is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen van die afschriften is te beschouwen als eene dienst door of van wege het gemeentebestuur verstrekt;

dat dus die kosten, volgens artt. 232— 234 der gemeentewet niet anders, dan bij een door Ons goed te keuren besluit van den raad kunnen worden bepaald;

dat derhalve de gemeenteraad van 's Gravendeel, die kosten regelende in de instructie voor den secretaris, welke aan geen hoogere goedkeuring is onderworpen, in strijd met de wet heeft gehandeld ;

Gelet op art. -153 der gemeentewet; Hebben goedgevonden en verstaan art. 35 van de instructie voor den secretaris der gemeente 's Gravendeel te vernietigen.

Onze Minister enz. Het Loo 29 Junij 1852.

(gët.) Willem. De Minister van Binnenlandsche Zaken (get.) Thorbecke.

NO. 13. Koninklijk Besluit van den

26sten Juli 1852 (Stbl. n°. 134) tot vernietiging van twee artikelen eener verordening der gemeente Soest dd. 27 Mei 1852 op het onderhoud der wegen en voetpaden.

Uit de omstandigheid, dat bij de artt. 192 en 193 der gemeentewet de bevoegdheid der plaatselijke besturen , om de inwoners tot persoonlijke diensten op te roepen, wordt beperkt in dien zin, dat het hun vrij moet staan, die diensten af te koopen of een plaatsvervanger te stellen, moet worden afgeleid, dat de diensten, zoo zij worden

verordend, aan alle ingezetenen moeten worden opgelegd.

De raad heeft in strijd hiermede gehandeld, door bij de onderwerpelijke verordening de verplichting tot het aanvoeren van materialen alleen aan de landbouwende ingezetenen der gemeente op te leggen. De raad heeft, in strijd met de bepalingen van het wetboek van strafvordering (1838), volgens welke

van elke overtreding proces-verbaal moet worden opgemaakt en slechts in het bij art. 254 dier wet bedoelde geval de rechtsvervolging kan worden voorkomen, zich bij de onderwerpelijke verordening de bevoegdheid voorbehouden , om bij verzachtende omstandigheden zon¬

der vervolging in rechten over de boeten in dading te treden.

1. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

2. a. de wet moet naar hare klaarblijkelijke bedoeling worden toegepast; b. de plaatselijke verordeningsbevoegdheid gaat niet zoover, dat bij de wet opgelegde verplichtingen mogen worden ter zijde gesteld en daarbij gemaakte uitzonderingen

■mogen woraen uitgebreid.

3. a. interpretatie der artt. 192 en 193, waar wordt uitgemaakt, dat de omstandigheid , dat de daarbij bedoelde diensten niet anders mogen worden opgelegd, dan onder vrijlating van afkoop en plaatsvervanging, medebrengt, dat die diensten niet anders dan aan alle ingezetenen mogen worden opgelegd;

b. interpretatie, in zooverre strijd met bepalingen van het wetboek van strafvordering wordt geconstateerd.

4. de vernietiging is gebaseerd op:

a. het leggen eener verplichting op een deel der ingezetenen, terwijl zij overeenkomstig de kennelijke bedoeling van den wetgever niet dan aan alle ingezetenen kon worden opgelegd;

b. het zich voorbehouden eener bevoegdheid, door welker uitoefening strijd zou ontstaan niet hp.na.lin.npn

van strafvordering.

Wij Willem III, enz.

Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 21sten Julij 1852, strekkende tot vernietiging van de artt. *1 en 8 der verordening op het onderhoud der wegen en voetpaden, door den raad der gemeente Soest in zijne vergadering van den 27sten Mei 1852 vastgesteld;

Overwegende dat art. 1 dier verordening alle landbouwende ingezetenen der gemeente tot het aanvoeren van materialen, benoodigd tot daarstelling, verbe-