is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij juiste u-etsopvatting burgemeester en wethouders hadden te beschikken.

Wij Willem III, enz.

Op het rapport van Onzen Minister van b. Binnenlandsche Zaken, van den 19den m Augustus 1854. no. 164. 5de afdeehng; jl

Gezien Ons besluit van den 1-den April iL (Staatsblad no. 69), houdende schorsing van twee besluiten van den gemeenteraad van Deventer.

Overwegende, dat de raad zich bij die besluiten bevoegd heeft verklaard te beschikken op een adres tot oprigting eener _ lagere school, en naar aanleiding van . een verzoek om admissie als huisonderwijzer. beslist heeft, dat door het woon! gemeentebestuur, voorkomende in art. 4 van het huishoudelijk schoolreglement voor Overijssel, dd. 15 Januari) 180,. in verband met de bepalingen der gemeentewet, tegenwoordig behoort te worden verstaan de Baad; .

dat krachtens art. 1 van >et koninklijk besluit van den 27sten Mei 1830 (Staatsblad no. 9). in verband met art. 12 der wet van 3 April 1806, tot de opngting van lagere scholen in steden de magtiging van de stedelijke besturen wordt

vereischt;

dat. krachtens art. 4 van het aangehaalde huishoudelijk schoolreglement, in verband met art. 17 der wet van o April 1806. de admissie van huisonderwijzers in de steden, waarin plaatselijke schoolco in missiën zijn, door de gemeentebesturen wordt verleend;

dat. krachtens art. 126 der gemeentewet . wanneer ter uitvoering van wetten, van algemeene maatregelen van inwendig bestuur, van Onze daartoe betrekkelijke bevelen en van provinciale reglementen en verordeningen, door het gemeentebestuur moet worden medegewerkt, mt door burgemeester en wethouders geschiedt: . . .

dat het verleenen van magtigmg tot orrigting van lagere scholen en van admissie als huisonderwijzer door gemeentebesturen, als eene verpligte medewerking dier besturen ter uitvoering der verordeningen, op het lager ouderwijs moet worden beschouwd, en alzo< behoort tot de bevoegdheid van burge meester en wethouders:

dat derhalve de bedoelde besluiten vai den gemeenteraad van Dei-enter in stnj< zijn met de wet:

Gelet op art. 153 der gemeentewet: Den Raad van State gehoord ^advies ui den lsten September 11. no. 3):

Hebben goedgevonden en verstaan de ïsluiten van den gemeenteraad van L)e•nter, in zijne vergadering van ii Maart genomen, te vernietigen.

Onze Minister enz.

Kampbij Zeist, den 5den Septeroberl8o4.

1 J (get.) Willem.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Van Reenen.

{0. 39. Koninklijk Besluit van den I2den Xovember 1854 (Slbl. n°. 142) tot vernietiging van een artikel ran het reglement van orde voor de vergadering I ran den raad der gemeente Herwen en Aerdt dd. 12 April 1854, aangevuld 8 Augustus 1854, betreffende de ivaarneming van het ' gemeentesecretariaai.

Hij die slechts tijdelijk met de waarneming van het secretariaat wordt belast, moet gedurende die waarneming geacht worden, evenzeer als de secretaris zelf, ambtenaar te zijn, aan het gemeentebestuur ondergeschikt. Het waarnemen der betrekking is dan ook ingevolge art 23 litt f der gemeentewet onverenigbaar met het bekleeden van het raadslidmaatschap.

Aan deze opvatting doet niet af de omstandigheid, dat de wijze, waarop de secretaris zal worden vervangen, bij art 105 der gemeentewet aan het reglement van orde ter bepaling wordt overgelaten, daar evenzeer bij regeling daar ter plaatse de te volgen wetsvoorschriften zullen moeten worden in acht genomen. Werd dit laatste niet aangenomen , dan zou ook het doen waarnemen door minderjarigen , vreemdelingen enz., kunnen worden toegelaten en zou door het doen voortduren van zoodanige waarneming strijd kunnen ontstaan met art. 96 der gemeentewet.