is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bepaling van het onderwerpelijk, overeenkomstig art. 4 der wet, door den raad vastgestelde reglement, dat de op te nemen kinderen moeten zijn uit wettig huwelijk, van hervormde ouders en hervormd gedoopt, komt met die bestemming niet overeen; zij had, daar dergelijke reglementen aan de bestemming der instellingen, voor welke zij dienen, moeten voldoen, met die bestemming in overeenstemming moeten worden gebracht, en is dan ook in strijd met de wet te achten.

1. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

2. reglementen, door den raad vastgesteld ingevolge bij de wet gegeven opdracht, moeten voldoen aan de kennelijk daaraan gestelde, immers uit den aard der zaak voortvloeiende, eischen.

3. interpretatie, waar wordt, uitgemaakt, dat de onderwerpelijke instelling is gerangschikt onder de instellingen van art. 2, litt. a der armenwet; interpretatie, waar wordt aangenomen , dat de vernietigde bepaling niet in overeenstemming is met de bestemming van de instelling; interpretatie, waar wordt geoordeeld, dat de reglementen aan die bestemming moeten voldoen.

4. de vernietiging is gebaseerd op het vaststellen eener bepaling, welke niet overeenkomt met de bestemming der instelling, waarvoor zij moest dienen, terivijl zoodanige overeenstemming klaarblijkelijk wordt gevorderd.

Wij Willem III, enz.

Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 6den October 1858, no. 195, 7de afdeeling, < ter vernietiging van art. 2, k b, van ' een door den raad der gemeente Sneek, bij besluit van den 3den November 1855, no. 11, vastgesteld reglement op het be- 1 heer van het Old-Burgerweeshuis aldaar, ( waarin is bepaald, dat om in dat wees- < huis opgenomen of van wege dat gesticht 5 verpleegd te worden, wordt vereischt, dat het kind geboren is uit wettig huwelijk van ouders, hetzij vader of moeder, laatstelijk behoord hebbende tot de Hervormde Kerk, ingevolge de wettelijke

, verordeningen betreffende het Hervormde ■ Kerkgenootschap in Nederland, of van , hetzelve uitgegaan, en dat het kind, i wiens opname verlangd wordt, overeen, komstig die verordeningen gedoopt zij; I Overwegende, dat het Old-Burg'er. weeshuis te Sneek is gerangschikt onder ' de instellingen van weldadigheid, behoorende tot die in I». a van art. 2, der wet van den 28sten Junij 1854 (Staatsblad no. 100), vermeld;

dat de bestemming van het Old-Burgerweeshuis te Sneek, zooals die bij den laatst vastgestelden constitutieven titel van dat gesticht is bepaald, blijkens Onze, naar aanleiding van art. 69 der aangehaalde wet, reeds aan den Raad dier gemeente medegedeelde meening, is, dat daarin moeten worden opgenomen: krachtens overeenkomst, de weezen nagelaten door overleden Hervormde lidmaten, en overigens de weezen nagelaten door niet lidmaten van eenige gezindte, die tot den armenstaat der burgerlijke gemeente (vroeger stads armenstaat genoemd), behooren;

dat art. 2, la. b, van genoemd reglement met die bestemming niet overeenkomt, en alzoo, na dat Onze voormelde meening ter kennis van den Raad der gemeente Sneek was gekomen, daarmede in overeenstemming had moeten worden gebragt;

dat toch de reglementen, volgens art. 4 der aangehaalde wet vast te stellen, moeten voldoen aan de bestemming der instellingen, voor welke die reglementen dienen;

dat derhalve art. 2, 1». b, van voormeld reglement, strijdt met de wet; Gelet op art. 153 der gemeentewet; Den Raad van State gehoord (advies van den 5den November 1858, no. 8);

Gezien het nader rapport van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 14den December 1858, no. 150 7de afd.;

Hebben goedgevonden en verstaan: Art. 2, 1». b, van het reglement op het beheer van het Old-Burgerweeshuis te Sneek, vastgesteld bij den Raad dier gemeente van den 3den November 1855, no. 11, te vernietigen.

Onze Minister enz.

's Gravenhage, denl6denDecemberl858.

(get.) Willem. De Minister van Binnenlandsche Zaken (get.) Van Tets.