is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

politie-bevoegdheid, bij art. 135 der gemeentewet aan den raad gegeven, overschrijdt, en bij gevolg in strijd is met [ de wet;

Gelet op art. 153 dier wet;

Den Raad van State gehoord (advies van den 28sten Maart 1862, no. 8);

Gezien het nader rapport van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 29sten Maart 1862, no. 221, 2de afdeeling;

Hebben goedgevonden en verstaan: art. 47 van de verordening der gemeente Alkmaar op de gebouwen, straten, pleinen, wegen en wateren, te vernietigen. Onze Minister enz.

Amsterdam, den 31sten Maart 1862.

(get.) Willem. De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Thorbecke.

84. Koninklijk Besluit van den

9"en JprH 186o no_

39) tot vernietiging van drie besluiten van den raad der gemeente Goes dd. 26 Juli 1858, 30 Juli 1860 en 30 April 1861, tot het verleenen van vrijdom van sasen havengeld.

Door het nemen der onderwerpelijke besluiten, waarbij aan eenige firma's voor hunne vaartuigen vrijdom van sas- en havengeld wordt verleend, heeft de raad implicite erkend , dat de verordening tot heffing dier gelden op die vaartuigen van toepassing was en dat bedoelde vrijdom niet was begrepen onder de daarbij reeds gegeven vrijstellingen. Die besluiten hadden dus, als bevattende wijziging eener plaatselijke belasting, met in acht neming der daarvoor bij de artt. 232, 233 en 234 der gemeentewet voorgeschreven formaliteiten moeten worden vastgesteld.

Waar dit niet is geschied, zijn zij dus strijdig met de wet.

1. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

2. de voorschriften der wel moeten worden in acht genomen.* de daarbij voor

de vaststelling van raadsbesluiten aangegeven wijze, welke door den aard der besluiten wordt bepaald, moet worden gevolgd.

3. interpretatie, waar op den voorgrond wordt gesteld, dat de raad, door vrijdom van belasting aan sommige vaartuigen toe te kennen, stilzwijgend erkent, dat zij anders in de heffing zouden zijn begrepen; en waar de besluiten tot het verleenen dier vrijstellingen geoordeeld worden, wijziging in de heffingsverordening aan te brengen en dus niet op wettige wijze te zijn vastgesteld.

4. de vernietiging is gebaseerd op het wijzigen eener belasting verordening zonder de daarvoor bij de wet voorgeschreven wijze te volgen.

Wij Willem III, enz.

Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 15den Maart 1862, no. 173, 2de afdeeling;

Gezien de besluiten van den raad der gemeente Goes van 26 Julij 1858, 30 Julij 1860 en 30 April 1861, waarbij aan Dr. C. A. van Renterghem en Cie., Verhagen en Cie. en Fransen van de Putte en Cie., wordt verleend vrijdom van sas- en havengeld, voor vaartuigen, uitsluitend bestemd tot vervoer van met zwavelzuur bezwangerd water uit hunne garancine-fabrieken;

Overwegende:

dat van de betaling van het sas- en havengeld, bij besluit van den raad der gemeente Goes van 11 April 1853, goedgekeurd hij Ons besluit van 4 Julij 1853, no. 28, alleen zijn vrijgesteld de schepen, waarmede uitsluitend versche visch wordt aangevoerd, alsmede die, welke ledig komende en vertrekkende de haven aandoen, om op de werf hersteld te worden, of om zich voor ijsgang te beveiligen;

dat de raadsbesluiten van 26 Julij 1858, 30 Julij 1860 en 30 April 1861 die vrijstelling ook tot andere vaartuigen, dan de hiervoor vermelde, uitstrekkende, eene wijziging bevatten van het besluit tot heffing van sas- en havengeld van 11 April 1853;

dat het beweren van den gemeenteraad van Goes als of de vaartuigen, waarvoor bij de raadsbesluiten van 26 Julij 1858, 30 Julij 1860 en 30 April 1861, vrijdom van het sas- en havengeld is verleend, niet onder het bereik van het besluit tot