is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n°. 141) tot vernietiging van een besluit van den raad der gemeente Elburg dd. 15 Juni 1868, tot handhaving der ordonnantie voor de houttellers en houtdragers van 15 April 1797.

De retributie, welke volgens de onderwerpelijke ordonnantie zij, die van den gemeentelijken houtoever gebruik maken voor het tellen en dragen van hout, hebben te vol¬

doen, moet ingevolge art. oer gemeentewet voor eene plaatselijke belasting worden gehouden en is dus, daar zij niet binnen vijf jaren na de dagteekening der gemeentewet werd herzien en aan de Koninklijke goedkeuring onderworpen, ingevolge art. 291 dier wet vervallen.

Het onderwerpelijk besluit van den raad, dat strekt tot handhaving dier vervallen ordonnantie, is dus in strijd met de wet.

1. onwettige uiloefening van bevoegdheid.

2. met de voorschriften der ivet moet worden rekening gehouden.

3. interpretatie, waar wordt uitgemaakt, dat de onderwerpelijke heffing eene retributie is. als wordt bedoeld in art. %38;

interpretatie, waar schending van OQ4 mnydl np.r.nnstateerd.

Vül L. vw • - - 3 —

4. de vernietiging is gebaseerd op het handhaven eener ordonnantie, die volgens de wet reeds was vervallen.

Wij Willem III, enz.

Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 2den September 1868, no.162, 2de afdeeling, tot vernietiging van het besluit van den gemeenteraad van Elburg, van 15 .lunij jl. strekkende tot handhaving der ordonnantie voor de houttellers en hout,i™r ,ion rand dier gemeente

den 15den April 1797 vastgesteld; Overwegende:

dat bij die ordonnantie aan allen, die

van den gemeentelijken houtoever gebruik

maken, de verpligting werd opgelegd het hout door de gezworen houttellers te laten tellen en door de houtdragers te laten

dragen, tegen voldoening van de bij die ordonnantie bepaalde retributie;

dat deze retributie, als loon voor diensten van wege het gemeentebestuur verstrekt, krachtens art. 238 der gemeentewet voor plaatselijke belasting moet worden gehouden;

dat volgens art. 291 dier wet alle plaatselijke belastingen binnen vijf jaren na de dagteekening dier wet moeten worden herzien en aan Onze goedkeuring onderworpen, bij gebreke waarvan zij na afloop van dat tijdvak vervallen;

'dat de retributie, bij genoemde ordonnantie vastgesteld, niet binnen den bij de wet gestelden termijn is herzien en bij gevolg is vervallen;

dat derhalve bet besluit van den gemeenteraad van Elburg, strekkende om deze krachtens de wet vervallen ordonnantie voortdurend te handhaven, in strijd is met de wet;

Qrt 4.dpr gemeentewet:

WCICt «• O

Den Raad van State gehoord (advies van den 22sten September 1868, no. 15);

Gezien het nader rapport van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 12den October 1868, no. 288, 2de afdeeling;

Hebben goedgevonden en verstaan het besluit van den gemeenteraad van Elburg, van den 15den .lunij 1868, te vernietigen.

Onze Minister enz.

Het Loo, den 15den October 18b8.

Ceet/> Willem.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Fock.

NO. 115. Koninklijk Besluit van den lAden November 1868 fStbl.

n°. 146) tot vernietiging van een besluit van den raad der gemeente Fijnaart en Heijningen dd. 30 April 1868, tot het verleenen van eervol ontslag aan eenen hulponderwijzer.

U at nnHprwprnfil iik besluit, waarbij

aan eenen hulponderwijzer eervol ontslag uit zijne betrekking wordt verleend. is in strijd met de wet,

daar het werd genomen op voor¬

dracht van burgemeester en wei houders, doch zonder medewer