is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

besluit van den Raad der gemeente Ermelo, van 26 Februarij 1877, no. 8, te vernietigen.

Onze Minister enz.

Het Loo, den 5den Mei '1877.

(get.) Willem.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Heemskerk.

NO. 147. Koninklijk Besluit van den 26sten Juni 1877 (Stbl. n°. 154) tot vernietiging eener bepaling der verordening van de gemeente Krimpen aan de Lek dd. 24 De¬

cember 1871, gewijzigd 23 Februari 1877, op de openbare orde en veiligheid.

De raad is, ingevolge art. 150 der gemeentewet, onbevoegd een bij de wet gesteld verbod aan te vullen. De onderwerpelijke bepaling, waarbij het spelen, dobbelen, knikkeren en dergelijke op zon- en feestdagen wordt verboden, is dan ook, daar het verbod van dergelijke spelen bij art. 3 der zondagswet (1815) gegeven, zich bepaalt tot den voor de openbare godsdienstoefening bestemden tijd, in strijd met de wet.

4. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

2. bij de uitoefening der plaatselijke verordeningsbevoegdheid moet met de daaraan bij de wet gestelde grenzen worden rekening gehouden.

3. interpretatie van art. 150 uit zichzelf: er wordt uitgemaakt, dat strijd met het daarin vervat voorschrift kan bestaan;

interpretatie, waar wordt aangenomen, dat zoodanige strijd hier aanwezig is. doordat een reeds bij de wet gegeven verbod wordt aangevuld.

4. de vernietiging is gebaseerd op het

overschrijden der bij ae wei toegekende verordeningsbevoegdheid door uitbreiding te geven aan een reeds bij de wet gegeven verbod.

Wij Willem III, enz.

Ou de voordragt van Onzen Minister

van Binnenlandsche Zaken, van 26 Mei

•1877. no. 18, 2de afdeeling A, tot ver¬

nietiging eener bepaling van de verordening der gemeente Krimpen aan de Lek op de openbare orde en veiligheid;

Overwegende. dat die verordening van 24 December 1871 , in art. 3, alinea a , nader bij raadsbesluit van 23 Februarij jl. gewijzigd, verbiedt op zon- en algemeene Christelijke feestdagen op of langs de openbare wegen en voetpaden te spelen, hetzij dobbelen, knikkeren, bal¬

slaan, kaatsen ot dergenjKen, voor zoo¬

verre hierin niet is voorzien bij de wet van 1 Maart 1815 (Staatsblad no. 21);

dat bij art. 3 dier wet tegen het spelen op de bedoelde dagen voorzien is en die wetsbepaling alleen het spelen gedurende den tijd, voor de openbare godsdienstoefening bestemd, verbiedt, terwijl in de genoemde verordening het verbod zich uitstrekt tot den geheelen dag;

dat de Raad tot aanvulling van een bij de wet gesteld verbod ingevolge art. 150 der gemeentewet onbevoegd is;

dat alzoo de bepaling der verordening strijdig is met de wet;

Gelet op art. 153 der gemeentewet;

Den Raad van State gehoord (advies van den 19den Junij 1877, no. 34);

Gelet op het nader rapport van Onzen voornoemden Minister, van 23 Junij 1877, litt. Q, 2de afdeeling;

Hebben goedgevonden en verstaan de bepaling van art. 3, alinea a, der genoemde verordening van Krimpen aan de Lek te vernietigen.

Onze Minister enz.

's Gravenhage, den 26sten Junij 1877.

(get.) Willem.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Heemskerk.

NO. 148. Koninklijk Besluit van den Ijden Augustus 1877 (Stbl. n°. 169) tot vernietiging van een besluit van den raad der gemeente Nijmegen dd. 3 November 1876, houdende wijziging der instructie voor den ontvanger eener beurzeustichtinq aldaar dd. 11 Juni 1858.

Volgens art. 2 van het Koninklijk besluit van 2 December 1823 (Stbl. no. 49), welk besluit, even-