is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gedane opzegging der meergemelde overeenkomst, besloten heeft zich nal Januarij 1878 niet verder met het onderhond van het jaagpad te belasten en dit aan zijn lot over te laten;

dat deze besluiten derhalve in strijd zijn met art. 121 der gemeentewet; Gelet op art. 153 der gemeentewet; Den Raad van State gehoord ^advies van 1 October 1878, no. 15);

Gelet op het nader rapport van Onzen voornoemden Minister, van 8 October 1878, lit. F. afdeeling Binnenlandseh bestuur: Hebben goedgevonden de vermelde besluiten van de gemeenteraden van Utrecht en Leiden, van 21 Junij en 27 December 1877, te vernietigen.

Onze Minister enz.

Arolsen, den 15den October 1878.

. (get.) Willem.

He Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Kappeijne.

NO. 152. Koninklijk Besluit van den pten Kovember 1878 (Stbl. n°. 163) tot vernietiging van een besluit van den raad der gemeente Nijeveen dd. 3 September 1878, tot benoeming van eenen wethouder.

De bij het onderwerpelijk besluit benoemde wethouder werd als oudste in jaren benoemd verklaard, toen de stemmen bij de verkiezing staakten. Zulks is echter geschied in strijd met art. 51 der gemeentewet, volgens hetwelk, ingeval omtrent het benoemen van personen de stemmen staken, het lot moet beslissen.

1. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

2. de voorschriften der wet moeten worden nageleefd.

3. interpretatie is gelegen in het constateeren der wetsschending.

4. de vernietiging is gebaseerd op het niet nakomen van een vjetsvoorschrift. I

Wij Willem III, enz.

Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van 25 September 1878, lit. L, afdeeling Binnenlandseh bestuur, tot vernietiging van een • besluit van den gemeenteraad van Nije-

veen, van 3 September 1878, tot benoeming van G. A. Keizer tot wethouder dier gemeente;

Overwegende, dat, toen bij de verkiezing van een wethouder in de vergadering van den raad van Nijeveen, van 3 September 1878, de stemmen staakten, de oudste der personen tusschen wie de stemming plaats had, G. A. Keizer, benoemd werd verklaard;

dat art. 51 der ffpmppntcurat Kaï^nnlt

dat ingeval omtrent het benoemen van personen de stemmen staken, het lot beslist;

dat het vermeld besluit tot benoeming van G. A. Keizer derhalve strijdt met de wet:

Gelet op art. 153 der gemeentewet:

Den Raad van State gehoord (advies van 22 October 1878, no. 15);

Gelet op het nader rapport van Onzen voornoemden Minister, van 28 October 1878, lit. D, afd. Binnenlandseh bestuur;

Hebben goedgevonden en verstaan het genoemd besluit van den gemeenteraad van Nijeveen te vernietigen.

A »*-•

unze minister enz.

Arolsen, den lsten November 1878.

(get.) Willem. Ue Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Kappeijne.

NO. 153. Koninklijk Besluit van den lsten November 1878 (Stbl. n°. 164) tot vernietiging van een besluit van den raad der gemeente Franekeratleel dd. 2 September 1878, tot benoeming van eenen wethouder.

Volgens art. 83 der gemeentewet wordt in de vervulling der plaatsen van hen . die ne>r\nHia\* aie

wethouder moeten aftreden, voorzien op den eersten Dinsdag van September. De onderwerpelijke benoeming van eenen wethouder, die op den Maandag voorafgaande aan bedoelden Dinsdag plaats vond, is dus in strijd met de wet geschied.

1. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

2. de voorschriften der wet moeten worden nageleefd.