is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en wethouders in handen zijn gesteld van den districts-schoolopziener, die zijn gevoelen over de sollicitanten mededeelde en adviseerde om slechts één hunner op de voordragt te plaatsen; dat burgemeester en wethouders daarop

eeue vooraragt aan aen Kaad zonden, waar beide candidaten op geplaatst waren, en de Raad spoedig daarna dengene benoemde, dien de schoolopziener niet op de voordragt gewenscht had;

dat de schoolopziener, hiermede in kennis gesteld, zich tot den provincialen inspecteur wendde, opdat door diens bemiddeling de vernietiging van het Raadsbesluit in overweging zou worden gegeven;

dat, volgens art. 22, '2de lid, der wet van -13 Augustus 1857 (Staatsblad no. 103),

ue nuiponaerwijzers door den gemeenteraad benoemd worden uit eene voordragt van drie personen, opgemaakt door burgemeester en wethouders in overleg met den districts-schoolopziener en den hoofdonderwijzer;

dat hier de schoolopziener slechts in kennis is gesteld met de requesten en zijn gevoelen is gevraagd over de personen , maar niet zijn oordeel is ingewonnen over de voordragt, die men voornemens was te doen;

dat daarenboven, toen er een verschil ■ van gevoelen bleek te hest.aan mor ,lo

■ vraag of er een of twee personen op de voordragt zouden worden geplaatst, en derhalve nadere raadpleging vereischt ' werd, burgemeesters en wethouders niet in nadere gedachtenwisseling met den ■schoolopziener zijn getreden, maar de voordragt overeenkomstig hun gevoelen hebben ingerigt;

dat derhalve het gevorderd overle°* i niet heeft plaats gehad en de voordragt geacht moet worden in strijd te zijn met voornoemd art. 22, 2de lid, en evenzeer n6r. van den gemeenteraad van

- October 1878, op die voordragt Gegrond ;

Gelet on artt. 153 en 158 H or rrom oun _

te wet;

Den Raad van State gehoord (advies van 10 December 1878, no. 20);

Gezien het nader rapport van Onzen .Minister van Binnenlandsche Zaken, van 16 December 1878, litt. F, afdeeling Onderwijs;

Hebben £roedo-evnndon on t —

:hreven besluit van den Raad der Ge¬

meente Peize van 2 October 1878 te vernietigen.

Onze Minister enz.

Het Loo, den 19den December 1878.

(get.) Willem. De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Kappeijne.

NO.

155. Koninklijk Besluit van den ogsten tlecember 1878 (Stbl. n°. 230) tot vernietiging van een besluit van den raad der gemeente Waardenburg dd. 31 Augustus 1878, tot benoeming van eenen wethouder.

Zie mutatis mutandis het bovenschrift bij K. B. van 1 November 1878 (Stbl. no. 164) — no. 153 dezer afdeeling.

scl

Wij Willem UI, enz.

Op de voordragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van 2 December 1878, litt. N, afdeeling Binnenlandsch bestuur, tot vernietiging van

. n r , F ~

"CL i aausutjsiun van waaraenoarrj, van 28 Augustus jl., tot benoeming van Mr. W. C. baron van Pallandt tot wethouder;

Overwegende, dat deze verkiezing moest strekken ter vervulling eener door periodieke aftreding opengevallen plaats;

dat art. 83 der gemeentewet bepaalt, dat zoodanige verkiezing moet plaats hebben op den eersten Dingsdag der maand September;

dat het vermelde raadsbesluit derhalve strijdt met art. 83 der gemeentewet; Gelet op art. 153 der gemeentewet; Den Raad van State gehoord (advies van 17 December 1878, no. 6);

Gelet op het nader rapport van Onzen voornoemden Minister, van 9A

1878, litt. H, afdeeling Binnenlandsch bestuur;

Hebben goedgevonden en verstaan het genoemde besluit te vernietigen.

Onze Minister enz.

Het Loo, den 28sten December 1878.

. (get.) Willem.

De Minister van Binnenlandsche Zaken f (get.) Kappeijne.