is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Breskens van 30 Maart 1880 te vernie- 2.

tigen.

Onze Minister enz.

'sGravenhage, den 9den September 1880.

(get.) Willem.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Six.

NO. 163. Koninklijk Besluit van den 3 IQAen November 1880 (Stbl. n°. 192) tot vernietiging van eenige artikelen van de politieverordening voor de gemeente Hemelumer Oldephaert en Noordwolde dd. 18 Augustus 1880.

a. Art. 2 der patentwet (1819) kent aan de houders van een patent het recht toe, het bij hun patent vermelde bedrijf allerwege, dus in alle gemeenten , uit te oefenen. De bepaling der onderwerpelijke verordening, waarbij de oprichting of overneming van huizen, waar ,

1 i. lllnrjf

men gmagen cci, aiiioii^njn ui gesteld van de vergunning van burgemeester en wethouders en aldus den verkrijger van een patent de uitoefening van zijn bedrijf in de gemeente kan worden verboden, is dus met genoemd art. 2 der patentwet in strijd.

b. De artikelen, waarbij de politie over tapperijen en openbare vermakelijkheden wordt opgedragen aan burgemeester en wethouders, zijn in strijd met art. 188 der gemeentewet, volgens hetwelk die politie behoort aan den burgemeester.

c. Het verbod tot het houden van verlotingen zonder vergunning van burgemeester en wethouders is, daar het alle verlotingen betreft, in strijd met art. 5 der wet van 22 Juli 1814 (Stbl. no. 86), volgens hetwelk de Koning zoodanige vergunning mag geven voor verlotingen van goederen tot een waarde van meer dan honderd gulden.

1. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

a. bij het uitoefenen der verordeningsbevoegdheid moet met bij de wet toegekende rechten worden rekening gehouden;

b en c. met reeds bij de wet gegeven voorschriften moet worden rekening gehouden: daarbij toegekende bevoegdheid mag niet aan andere macht worden opgedragen.

a. interpretatie, waar wordt uiteengezet, dat door de gegeven bepaling art. 2 der patentwet geschonden wordt; interpretatie van genoemd art. 2: „allerwege" is synoniem met „in alle gemeenten des rijks";

b. interpretatie, waar de opgedragen politiezorg identiek wordt geoordeeld met die, welke is bedoeld bij art. i88 der gemeenteivet en waar wordt aangenomen, dat het delegeeren van bij de wet toegekende macht met de wet in strijd is;

c. interpretatie, waar de bepaling der verordening in hare algemeenheid geoordeeld wordt te strijden met de wetsbepaling, waarbij reeds een gedeelte van het onderwerp is geregeld, de vernietiging is gebaseerd op:

a. het geven eener bepaling, waardoor ten opzichte van sommige personen eene hun bij de wet toegekende bevoegdheid illusoir zou kunnen worden;

b en c. het opdragen van bevoegdheid aan andere macht, dan waaraan zij bij de wet is opgedragen.

Wij Willem 111. enz.

On de voordraaf van Onzen Minister

van Binnenlandsche Zaken, van 18 October 1880, lit. L, afdeeling Binnenlandsch bestuur, tot vernietiging van de artikelen 1, 3, 7, 10 en 12 van de politieverordening der gemeente HemelxmerOldephaert en Noordwolde, van 18 Augustus jl.;

Overwegende:

dat eerstbedoeld artikel de oprigting of overneming van huizen, waar men gelagen zet, afhankelijk stelt van eene vergunning van burgemeester en wethouders en dus aan dit collegie de magt toekent den verkrijger van een patent de uitoefening van zijn bedrijf in de gemeente te verbieden;

dat art. 2 der wet van 21 Mei 1819 (Staatsblad no. 34). behoudens een ten deze niet toepasselijk voorbehoud, den