is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeente Coevorden dd. 27 December 1890, tot benoeming van eenen gemeenteontvanger.

Volgens de 2de en 3de alinea van art. 50 der gemeentewet wordt bij staking van stemmen in eene eerste vergadering, welke onvoltallig is, het nemen van het besluit tot eene volgende vergadering uitgesteld.

Deze bepalingen zijn ook bij benoemingen van toepassing te achten. Er is immers in de wet geen grond te vinden, waarom aan genoemde 2de alinea van art. 50 eene meer beperkte toepassing zou moeten worden gegeven dan aan de 1ste alinea van dat artikel, welke ongetwijfeld op benoemingen van toe¬

passing is.

Het onderwerpelijk besluit, waarbij na loting een gemeenteontvanger is benoemd in dezelfde onvoltallige vergadering, waarin de stemmen over die benoeming hadden gestaakt, is dan ook in strijd met de wet.

1. onwettige uitoefening van bevoegdheid.

2. de voorschriften der wet moeten worden in acht genomen in de gevallen, ivaarop zij volgens juiste uitlegging van toepassing zijn.

3. interpretatie, waar de lste alinea van art. 50 ook op benoemingen en voordrachten toepasselijk wordt geoordecld;

interpretatie, waar wordt aangenomen, dat de wet geen grond geeft om ook de °2de alinea van art. 50 niet op voordrachten en benoemingen toepasselijk te achten;

interpretatie, waar dus in casu de 2de alinea van art. 50 geschonden wordt aeoordeeld.

4. de vernietiging is gebaseerd op het nemen van een besluit, dat volgens juiste wetsopvatting eerst in eene volgende vergadering had mogen worden genomen.

In naam van Hare Majesteit Wilhelmina, enz.

Wij Emma, enz.

Op de voordracht van den Minister van Binnenlandsche Zaken, van 17 Februari 1891, no. 590, afdeeling Binnenlandsch Bestuur, ter vernietiging van het besluit van den raad der gemeente Coevorden, dd. 27 December 1890, waarbij H. Hamberg tot ontvanger dier gemeente is benoemd;

Overwegende, dat die benoeming geschied is met beslissing door het lot, nadat de stemmen hadden gestaakt in de eerste vergadering, waarin de benoeming aan de orde was gesteld;

dat deze .vergadering onvoltallig was;

dat de tweede alinea van artikel 50 der Gemeentewet, in verband met de derde alinea bepaalt, dat bij staking van stemmen voor de eerste maal, in eene onvoltallige vergadering, het nemen van het besluit tot eene volgende wordt uitgesteld ;

dat de eerste alinea van dat wetsartikel ongetwijfeld ook bij voordrachten en benoemingen van personen toepassing vindt en in de wet eeen srrond wordt

aangetroffen, die zou toelaten aan de tweede alinea van datzelfde artikel eene meer beperkte toepassing te geven; dat dus bovenvermelde benoeming van

een gemeenteontvanger is geschied in strijd met artikel 50 der Gemeentewet;

Gelet op artikel 153 der Gemeentewet;

Den Raad van State gehoord (advies van 10 Maart 1891, no. 14);

Gezien het nader rapport van den Minister van Binnenlandsche Zaken, van 26 Maart 1891, no. 1272, afdeeling Binnenlandsch Bestuur;

Hebben goedgevonden en verstaan, het bovengenoemd besluit van den raad der gemeente Coevorden, van 27 December 1890, wegens strijd met de wet, te vernietigen.

De Minister enz.

Arolsen, den 6den April 1891.

(get.) Emma.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) De Savornin Lohman.

NO. 217. Koninklijk Besluit van den2 7sten j\fei 1892 (Stbl. no. 130) tot vernietiging van een gedeelte der verordening, regelende het openbaar onderwijs in de gemeente