is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zen, dat alleen de rijkswetgever maatregelen omtrent het bij dat artikel gewaarborgde recht mag nemen; interpretatie, waar wordt uitgemaakt, dat de onderwerpelijke regeling dus betreft eene zaak van algemeen rijksbelang en waar deswege strijd met art. 150 der gemeentewet wordt geconstateerd.

4. de vernietiging is gebaseerd op de omstandigheid, dat de raad bij het onderwerpelijk besluit is getreden in hetgeen van algemeen rijksbelang is, door eene regeling te treffen, welke kennelijk van dien aard is, dat zij volgens juiste opvatting van de betrekkelijke Grondwetsbepaling, alleen door den rijkswetgever mocht worden getroffen.

In naam van Hare Majesteit Wilhelniina, enz.

Wij Emma, enz.

Op de voordracht van den Minister van Binneniandsche Zaken, van 23 October 1894, no. 4437, afdeeling Binnenlandsch Bestuur, tot vernietiging van het besluit van den Raad der gemeente Nijmegen, dd. 16 Juni 1894, no. 4, tot wijziging van art. 5 der algemeene politieverordening voor die gemeente:

Overwegende, dat bij gemeld raadsbesluit aan bedoeld art. 5 sub lit. m. m. is toegevoegd het verbod, om „op de straten, in het belang der openbare orde, bepaaldelijk ter beveiliging van het openbaar verkeer en in het belang der huishouding van de gemeente, op de marktdagen Maandag en Donderdag tusschen tien uur des voormiddags en tien uur des namiddags en de overige dagen tusschen vier en tien uur des namiddags, geschreven of gedrukte stukken aan te kondigen, te verspreiden, te venten of te koop aan te bieden";

dat deze bepaling niet strekt om te waken tegen stoornis van orde door venters, in welk geval het onverschillig zou zijn, welke voorwerpen door hen werden gevent, maar bepaaldelijk betreft de wijze, waarop geschreven of gedrukte stukken ter algemeene kennis worden gebracht;

dat, aangezien het recht om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren in art. 7 der Grondwet gewaarborgd wordt, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet, het nemen van alle maatregelen, die binnen de

perken van dat grondwetsartikel ten aanzien van het drukken en verspreiden van geschriften kunnen worden genomen , eene zaak is van algemeen Rijksbelang ;

dat art. 150 der Gemeentewet voorschrijft, dat de plaatselijke verordeningen niet mogen treden in hetgeen van algemeen Rijksbelang is;

dat dus voormeld raadsbesluit van Nijmegen betreffende het aankondigen, verspreiden, venten of te koop bieden van geschreven of gedrukte stukken in strijd is met art. 150 der gemeentewet;

Den Raad van State gehoord (advies van 13 November 1894. no. 8);

Gezien het nader rapport van den Minister van Binneniandsche Zaken, van 19 December 1894, no. 5132, afdeeling Binnenlandsch Bestuur;

Gelet op art. 153 der Gemeentewet;

Hebben goedgevonden en verstaan, bovenvermeld besluit van den Raad der gemeente Nijmegen van 16 Juni jl., no. 4 te vernietigen, wegens strijd met de wet.

De Minister enz.

'sGravenhage, den21stenDecemberl894.

(get.) Emma.

De Minister van Binneniandsche Zaken, (get.) Van Houten.

NO. 229. Koninklijk Besluit van den

2jsten December 1894 (Stbl. n°. 240) tot vernietiging van een besluit van den raad der gemeente Borgharen dd. 7 Juni 1894, waarbij de ontvanger der gemeente wordt ontslagen.

Het onderwerpelijk besluit, waarbij de ontvanger der gemeente wordt ontslagen, is genomen ingevolge eener stemming met gesloten briefjes. Zulks is echter geschied in strijd met art. 52 der gemeentewet, volgens hetwelk alleen bij het doen van keuzen of voordrachten van personen bij briefjes, doch over alle andere zaken mondeling wordt gestemd.

Zie sub 1—4 van het bovenschrift bij K. B. van 12 Januari 1875 (Stbl. no. 2) — no. 139 dezer afdeeling.