is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Den Raad van State gehoord (advies van 26 November -1895, 110. 4);

Gezien het nader rapport van den Minister van Binnenlandsche Zaken van 20 December 1895, no. 6647, afdeeling Onderwijs;

Hebben goedgevonden en verstaan, bovenvermeld besluit van den raad der gemeente Ambt-Hardenberg, wegens strijd met de wet, te vernietigen.

De Minister enz.

'sGravenhage,den23stenDecemberl895.

(get.) Emma.

De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Van Houten.

NO. 234. Koninklijk Besluit van den 1'Sden Mei 1896 (Stbl. n<>. 79) tot vernietiging van een artikel der algemeene politieverordening voorde gemeente Herkingen.

Daar het betrekkelijk onderwerp reeds bij de artt. 458, 459 en 461 van het Wetboek van Strafrecht (1886) werd geregeld, trad de raad, in strijd met art. 150 der gemeentewet, in hetgeen derhalve van algemeen rijksbelang moest geacht worden te zijn, door bij de onderwerpelijke verordening onder strafbepaling het loopen van paarden, runderen of andere dieren in weiden of op landen, wanneer de eigenaar der dieren daartoe niet gerechtigd is, te verbieden.

Zie het bovenschrift bij K. B. van 24 September i860 (Stbl. no. 59) — no. 76 dezer afdeeling.

In naam van Hare Majesteit Wilhelmina, enz.

Wij Emma, enz.

Op de voordracht van den Minister van Binnenlandsche Zaken, van 20 April 1896, no. 1826, afd. Binnenlandsch Bestuur, tot vernietiging van art. 60 der algemeene Politieverordening der gemeente Herkingen;

Overwegende, dat genoemd artikel luidt:

„Paarden, runderen of andere dieren mogen niet loopen in weiden of op landen , wanneer de eigenaar dier dieren

daartoe niet gerechtigd is. De eigenaar der dieren is bij niet nakoming dezer bepaling strafbaar;"

dat het onderwerp van dit artikel geregeld is bij de artt. 458, 459 en 461 van het Wetboek van Strafrecht, en derhalve moet geacht worden te zijn van algemeen Rij ksbelang;

dat art. 150 der Gemeentewet voorschrijft, dat de plaatselijke verordeningen niet mogen treden in hetgeen van algemeen Rijksbelang is;

dat dus voormeld art. 60 der politieverordening van Herkingen in strijd is met art. 150 der Gemeentewet;

Den Raad van State gehoord (advies van 28 April 1896, no. 15);

Gezien het nader rapport van den Minister van Binnenlandsche Zaken, van 8 Mei 1896, no. 2108, afdeeling Binnenlandsch Bestuur;

Gelet op art. 153 der Gemeentewet; Hebben goedgevonden en verstaan, art. 60 der algemeene politieverordening van de gemeente Herkingen te vernietigen, wegens strijd met de wet.

De Minister enz.

1'aulensee-Bad, den 13den Mei 1896.

(get.) Emma. De Minister van Binnenlandsche Zaken, (get.) Van Houten.

N°. 235. Koninklijk Besluit van den 13den Mei 1896 (Stbl. n°. 80) tot vernietiging van een artikel der algemeene politieverordening voor de gemeente Melissant.

Zie het bovenschrift bij K. B. van 13 Mei 1896 (Stbl. no. 79) — no. 234 dezer afdeeling.

In naam van Hare Majesteit Wilhelmina, enz.

Wij Emma, enz.

Op de voordracht van den Minister van Binnenlandsche Zaken, van 20 April 1896, no. 1826, afdeeling Binnenlandsch Bestuur, tot vernietiging van artikel 58 der algemeene politieverordening der gemeente Melissant-,

Overwegende, dat genoemd artikel luidt:

„Paarden, runderen of andere dieren mogen niet loopen in weiden of op lan-

i