is toegevoegd aan uw favorieten.

Verzameling van de sinds 1850 in het Staatsblad opgenomen Koninklijke vernietigingsbesluiten in afdeelingen chronologisch geordend, toegelicht door korte weergave van den inhoud en analyseerende aanteekeningen en voorzien van verschillende klappers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AFDEELING VIII.

KONINKLIJKE BESLUITEN TOT VERNIETIGING VAN BESLUITEN VAN BURGEMEESTER EN WETHOUDERS WEGENS STRIJD MET DE WET.

Xn. 1. Koninklijk Besluit van den 20sten Januari 1863 (Stbl. n°. 3) tot vernietiging van een besluit van burgemeester en wethouders van Driel dd. 5 November 1862.

De in casu bedoelde, door eene hulponderwijzeres eener bijzondere school aan burgemeester en wethouders afgegeven getuigschriften van goed zedelijk gedrag, loopen niet, zooals bij litt. b van art. 20 der lageronderwijswet (1857) wordt geëischt, over het geheele tijdvak der twee laatste jaren.

Burgemeester en wethouders konden dus niet het bij litt. b van art. 37 dier wet gevorderd bewijs afgeven, dat de bij laatstgenoemd artikel bedoelde stukken, welker bezit wordt vereischt tot het geven van bijzonder schoolonderwijs, zijn gezien en in orde bevonden. Hun besluit tot afgifte van zoodanig bewijs is dan ook in strijd met de wet.

1. onwettigeuitoefening van bevoegdheid.

2. bij de uitvoering der wet moet aan hare voorschriften ten volle de hand worden gehouden.

3. interpretatie van art. 20, litt. b, uit zichzelf: de getuigschriften moeten loopen over het geheele tijdvak van twee jaren ;

interpretatie van art. 37 uit zichzelf: burgemeester en wethouders mogen het sub c bedoelde bewijs slechts afgeven, als de stukken werkelijk in orde zijn.

4. de vernietiging is gebaseerd op het afgeven van een bewijs, dat stukken zijn gezien en in orde bevonden, terwijl zij in werkelijkheid niet in orde waren.

Wij Willem III, enz.

Op de voord ragt van Onzen Minister van Binnenlandsche Zaken, van den 26sten November 1862, no.152, Sdeafil., ten geleide van een voorstel van Gedeputeerde Staten der provincie Gelderland, tot vernietiging van een besluit van burgemeester en wethouders der gemeente Driel, van den 5den November 1862, no. 1;

Overwegende:

dat het besluit strekte om aan eene hulponderwijzeres aan eene bijzondere school te Driel het bewijs af te geven, gevorderd in art. 37 der wet, regelende het lager onderwijs, dat de stukken, onder a en b van dat artikel vermeld , door burgemeester en wethouders zijn gezien en in orde bevonden;

dat als onder b vermelde getuigschriften van goed zedelijk gedrag, afgegeven door het dagelijksch bestuur der gemeente of gemeenten, waar gemelde hulponderwijzeres gedurende de twee laatste jaren heeft gewoond, alleen aan burgemeester en wethouders zijn overgelegd een getuigschrift, afgegeven door burgemeester en wethouders van Haarlem, onderdagteekening van 25 September 1860, en een getuigschrift van burgemeester en wethouders van Heusden, afgegeven den 21sten Julij 1862, waarbij wordt verklaard , dat zij sedert het jaar 1861 te Heusden woonachtig en van een goed zedelijk gedrag is geweest;

dat derhalve zoodanig getuigschrift