is toegevoegd aan uw favorieten.

De hand aan den ploeg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

brengt hun wat muziekkennis bij, veraangenaamt het dorpsleven, doet hen zien dat er nog meer en reiner genoegen is dan het veel gezochte op het platteland: dronkenschap en dientengevolge vechterij, soms met de zeer droevige gevolgen daaraan verbonden, waarvan de rechtbankverslagen uit de plattelandsstreken ons zoo vaak de droeve illustraties bieden. Ook legt zoo'n corps een band tusschen de gemeente en de jongelui; bij iedere feestelijke gelegenheid is het 't Fanfare-gezelschap, dat er de vreugde inblaast, en de „muziek", zij moge niet altijd even zacht en welluidend zijn, gaat toch altijd nog hoog uit boven wat men gewoon is te hooren.

Reeds in de verte klonken de tonen op uit „Bethel". Er werd gezongen en het koper begeleidde. Toch was de bijeenkomst nog niet aangevangen, maar de „zusters" — 'k heb immers al verteld dat de dames Van Marle en Michielsen hier dichtbij hun woning hebben ? — de „zusters" en de Evangelist Ekkelboom hadden de leiding en zij houden van zingen. Nog kwamen van allen kant de ouden en gebrekkigen aan, vooral ouden, want voor hen was de Kerstviering van dezen dag bestemd. Terwijl ik stond te kijken naar het uitstappen van de vrouwtjes, haast te stram om nog te loopen, en daarom in het gerij van de Vereeniging en in een paar in bruikleen ontvangen wagens afgehaald, dacht ik aan de gelijkenis van het koninklijke feestmaal, waarbij ook de last uitging: „Gaat uit in de heggen en stegen, en dwingt ze om in te komen." Een vrouw van nog geen veertig jaar werd bijna getild uit het rijtuig, en wankelend schreed ze naar den ingang van t kerkje. „Een zwakke", vertelde men mij, „die vreeselijk veel verdriet heeft van haar man, die 'n dronkaard is." Ze had toch zoo graag dit Kerstfeest nog willen meevieren. Dit nog . .. ,