is toegevoegd aan uw favorieten.

Herinneringen uit den zendingsarbeid op Halmahera

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeggen, dat alles zou geschikt worden, zoodat ik vermoedde, dat het „een storm in een glas water zijn zou".

Helaas, op oudejaarsdag, terwijl niemand onzer eenig onraad vermoedde, ging over zee een troep gewapenden.

Wij zaten te eten en plotseling hoorde ik in de nabijheid enkele schoten. Als bij ingeving gevoelde ik, dat er iets bijzonders plaats had, en ik ging naar het strand en daar kwam ik een gillenden troep tegen. Niemand hief zijn hand tegen mij op. Ik spoedde mij naar Koesoe en vond daar de geheele bevolking brullende van woede. Drie mijner Christenen had men letterlijk in stukken gehakt. Een veel belovenden jongen man en zijne ouders. Het tumult was verschrikkelijk. Was men eerst versuft geweest door den plotselingen overval, nu wilde men er op uit om wraak te nemen. Het gelukte mij de menschen te kalmeeren en nadat ik de wonden had gemeten en gepeild, begroef ik de drie slachtoffers in één graf. Niemand der hoofden was tegenwoordig', zoodat ik tegen mijn zin genoodzaakt was den Resident van deze dingen bericht te geven.

Nog dienzelfden avond vertrok broeder Voorham naar Ternate om het bericht te brengen.

Een onrustige tijd brak aan. Het bleek, dat dit opstootje zijn oorzaakhadin haattegen het Christendom. Het Mohammedanisme had met leede oogen den voortgang daarvan aangezien. Men had allerlei middelen te baat genomen om de menschen bang te maken Christen te worden. De zendelingen had men verdacht gemaakt door de onzinnigste leugens van hen te vertellen. Den Christenen had men allerlei belemmeringen in den weg gelegd. Men verbood hen bijv. te visschen en te duiken, terwijl het aan heidenen werd toegestaan. De sago moest door de Christenen duurder worden betaald, maar dat alles baatte niet. Nu had men afgesproken een bloedigen inval te doen. Daardoor zou men de jonge Christenen bang maken, en men zeide, dat deze zaak toch niet zou worden veroordeeld op Ternate.

Eiken dag vermeerderde de onrust, want allerlei berichten deden de ronde. Men vertelde, dat mijn huis zou worden verbrand, dat ik vermoord was, enz.

Schrik en ontsteltenis maakten zich van vele Christenen meester, vooral omdat het spook, de Madolés, werd gebruikt en men zeide, dat die in menigte zouden komen om een algeheele slachting te houden. Velen vluchtten naar den Tidoreeschen overwal. Anderen evenwel toonden hun moed. Den morgen na