is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe de gemeente Mepa een kerkklok kreeg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

allen, die de gemeente van Mepa uitmaakten, 't Was doodstil in de kerk. Ieder luisterde met gespannen aandacht opdat niets zou worden vergeten. Men gevoelde: Hij, die de harten kent en in 's menschen binnenste leest als in 'n opengeslagen boek, was tegenwoordig. Zoo werden de gemeenschappelijke zonden der vaderen bloot gelegd, één voor één, zonden, waaraan ook menig volwassen mensch hier tegenwoordig deel had. Zonden der gemeenschap, oorzaken van gemeenschappelijk lijden en zorgen, vreezen en beven. Maar nïi, hoe is 't nü? Is er niets te belijden voor U allen, die nu nog leven, die hier aanwezig zijn? Is er nü niéïs in de gemeente, dat beleden, uitgezuiverd moet worden? waren mijn vragen. Eigen zonden, eigenschuld te beUjden is zwaarder dan dit te doen van wijlen onze voorouders, al valt ook dit zeker niet licht. Zeer zeker, God bezoekt de zonden der vaderen aan 't derde en vierde geslacht van hen, die Hem haten, maar hierom juist moeten de nu levenden zich bezinnen, belijden hunne zonden en zich bekeeren tot den Heer.

'n Drukkend zwijgen was hierop 't antwoord.

Zij, die in openbare zonden leefden, waren niet verschenen. En de ouderen, in wie 't eens uitgestrooide slechte zaad weelderig was opgeschoten en 't goede in alles-overweldigende kracht geheel en al had verstikt, zij bleven verre van Gods huis en dit te meer nu, waar het een samenkomst gold als deze, waar het een ure zou zijn van schuldbekentenis en boete.

Men volhardde in 't drukkend zwijgen. Niemand waagde 't zich zelf aan te klagen of 'n ander der aanwezigen voor God en Zijn gemeente te beschuldigen. In 'n maatschappij als die op Boeroe, waarin elke stam, elk stamonderdeel is als één groote familie, één groot gezin is dit onmogelijk. Het individualisme is 'n nieuwe plant, die pas begint te ontspruiten uit zaad, diep sluimerend in 's menschen hart, dat nu wordt verwarmd, gekoesterd, bevochtigd en belicht door Gods levenwekkend woord en bezielenden geest.

Zoo konden we deze samenkomst niet anders sluiten dan met 't belijden van gemeenschappelijke bekende en verborgen zonden, met 't smeeken om afwending van Gods slaande hand, met 't roepen om genezing voor de kranke lichamen, maar voor gewonde, geslagen zielen 't meest.