is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek over het alcoolisme voor lager en middelbaar onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Die beloften werden echter, van dag tot dag, minder ernstig, tot dat Leo eindelijk zijne moeder, de eertijds zoo teer beminde moeder, begon te aanzien voor « eene oude zaag, » die haren zeg moest hebben. De arme vrouw werd, van haren kant, dagelijks meer bezorgd; door verdriet ondermijnd, had zij geen oogenblik rust meer: hare dagen en nachten bracht zij in gedurigen angst door en dat leven viel haar des te harder, daar zij zich alleen bevond en in de onmogelijkheid het gemoed te raken van hem, die haar deed lijden.

*

* *

Op zekeren nacht, wachtte zij als naar gewoonte op haren zoon, want die goede moeder ging nooit slapen vóór dat hij te huis was. Angstig telde zij de uren, die haar eeuwen schenen. Soms schoof zij de venstergordijnen weg, om de straat in te kijken en de te late voorbijgangers na te zien. Plotseling bonsde haar hart; zij meende eenen welbekenden stap te hooren.

— « Daar is hij! » sprak zij luid, alsof iemand haar hoorde.

Zij luisterde nog eens.... niets meer; zij had zich bedrogen! Eene grootere neerslachtigheid deed haar op den stoel neervallen.

— " Zou hem een ongeluk overkomen zijn? » vroeg zij zich af.

Door die gedachte gekweld, stond zij plotselings op, zette haren hoed op, sloeg eenen doek om en haastte zich de straat op. Maar waarheen? Waar het verloren schaap gevonden?.... Gaat zij naar dezen kant, dan kan hij langs den anderen terugkomen.... Op goed-valle-het-uit, doorliep zij eenige verlaten straten uit den omtrek.