is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek over het alcoolisme voor lager en middelbaar onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't Is een lange, dunne en platte spier, als een doek gespannen in de geheele breedte des lichaams en die middelrif genoemd wordt. (Zie Plaat IV en V).

Tot nu toe hebben wij de verwoestingen bestudeerd, die de alcool in de benedenverdieping aanricht, 't is te zeggen in den buik; laat ons thans het middelrif overklimmen en ons onderzoek in de bovenste vertrekken of het schoonste verdiep voortzetten; beschrijven wij de uitwerksels der sterke dranken op de longen en het hart.

De longen (zie plaat IV) vullen de borst en laten een plaatsje over voor het hart. Zij komen af naar voren en naar de zijden, tot anderaan de ribben; naar achter tot een handbreedte beneden den puntigen hoek, op den rug door het groote platte been van het schouderblad gevormd, 't Is daarom dat, bij hevige verkoudheden en longontstekingen, de geneesheer op die hoogte « ausculteert » of aandachtig luistert om te weten wat daar binnen omgaat. Do longen zijn onze luchtmagazijnen, de luchttrekkers van het menschelijk gebouw. Bij elke ademhaling stroomt de lucht in het ademingstoestel om het bloed de noodige zuurstof te verschaffen en koolzuur en andere dampen te ontnemen, die ons spoedig deden sterven, konden wij ze alzoo niet kwijt geraken.

De adem der drinkers bewijst reeds dat de alcool tot in de longen dringt en daar gedeeltelijk wordt uitgedreven, doch, wij herhalen het, de alcool raakt geen enkel lichaamsdeel straffeloos aan; zijn herhaalde doortocht is als omzoomd met kwalen en ellenden.

De longen zwellen of ontsteken; zij worden de zetelplaats van longontstekingen, van hevige of slepende ontstekingen der luchtpijpen, van borstvallingen, enz.