is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek over het alcoolisme voor lager en middelbaar onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aangezichtsader. — 9. Achterste aangezichtsader. — 10. Hoeksader. — 11. Voorhoofdsader. — 12. Bovenopliggende slaapader.

In de hersenen vooral krielt het van bloed- en slagaders. Deze bloedvaten zijn dikwijls zeer dun, maar zij zijn toch altijd regelmatig van vorm bij den gezonden mensch. Doch de alcool laat ze in hunnen natuurlijken

Plaat XXII

en gezonden staat niet lang; hij verwringt ze, krimpt ze in een of zet ze uit, omknelt ze met vet en belet ze hunne aangewezene zending behoorlijk te vervullen.

Indien men een varken voedt met den afval van stokerijen, of indien men veel brandewijn, waarop het verlekkerd is, bij zijn voedsel voegt, dan zal het ook spoedig in staat van dronkenschap verkeeren; zoo kan dan de volksuitdrukking: « Zoo zat als een zwijn » verklaard worden. Wel, zoude men op dat oogenblik het beest dooden, den kop openklieven en de hersenen berieken, dan wierde men een sterken geur van alcool gewaar.

Bij den mensch ook zijn de hersenen, weinige oogenblikken na het drinken van jenever, met alcool doordrongen. Na een herhaald alcoolmisbruik, worden de zenuwen en aders der hersenen vervormd en verschrompeld; zij zijn ten laatste onbekwaam om den hun opgelegden arbeid te verrichten.