is toegevoegd aan uw favorieten.

Handboek over het alcoolisme voor lager en middelbaar onderwijs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ondanks de onvergeeflijke oogluiking der beteugelende overheid, werden in 1896 (zie bladz. 218) 12,118 personen gestraft bij toepassing dezer wet; dat getal ware wel verdubbeld, indien de politie overal en altijd geheel haren plicht volbracht.

Den 20 Augustus 1895 heeft de H. Minster van Justitie aan de burgemeesters en commissarissen van politie eene strengere toepassing der wet van 16 Augustus 1887 opgelegd.

De wet van 19 Augustus 1889 over het vergunningsrecht heeft den toestand niet veel verholpen; dit was te voorzien. De heer Beernaert, Minister van Financiën, zegde den 10 Augustus 1889 in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, tijdens de bespreking van gemelde wet: «Do toestand " verhelpen is noodzakelijk en, is het voorgestelde middel » niet volledig, zoo schijnt het toch de algemeene goed" keuring te verdienen.

« Ik maak mij geene begoocheling: voor het oogenblik " za/- deze wet, wier uitwerksels slechts na eenige " jaren tastbaar zullen zijn, den toestand niet merke" lijk verbeteren. »

Ditmaal weer heeft deze bekwame staatsman de waarheid voorspeld; in zitting der Kamer van Volksvertegenwoordigers, op 19 Februari 1895, heeft de heer de Smet de Nayer, Minister van Financiën, verklaard: « Ik ben verplicht te bekennen dat onze wet op het vergunningsrecht geen voldoende wapen is om den geesel der herberg te bestrijden. »

Om echter de waarheid in niets te kort te doen, moeten wij hier, met het oog op de officieele statistiek der herbergen, op blijdzijde 110 voorkomende, doen opmerken dat het getal