is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe ik een Christen werd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

of amethist verschafte mij een geestelijk genot. Ik vroeg mijn professor nooit, hoe hij Genesis met de geologie in overeenstemming zou kunnen brengen, want zijn hoofd — geheel vervuld met steenen en versteeningen en voorwereldlijke voetsporen — had voor theologische vragen geen plaats.

Den meesten invloed had onze goede President op mij, vooral wanneer hij in de kapel opstond, 't lied opgaf, een gedeelte uit den bijbel las en bad. Ik heb nooit de godsdienstoefening ontdoken, al zou ik ook maar heen gegaan zijn om den eerwaardigen man te zien. Hij geloofde aan God en aan den bijbel en geloofde, dat door het gebed alles mogelijk is. Als ik maar zijn heldere, welluidende stem hoorde, was ik reeds voldoende voorbereid voor den strijd van den dag. Dat God onze Vader is, en dat Zijne liefde met veel meer ijver ons zoekt, dan wij Hem, dat Zijn zegen de wereld doordringt en dat wij slechts ons hart behoeven te openen om dien te laten binnenstroomen, dat wy dwaselijk door eigen inspanning willen rein worden, terwijl toch alleen God ons rein maken kan, dat de zelfzucht in den grond een haten van ons zeiven is, — want wie zich zelf lief heeft, moet eerst zich zeiven haten en zich voor anderen opofferen — deze en vele andere kostelijke dingen heeft mij de goede President door zijn woorden en werken geleerd, en Satans macht over mij werd zwakker, toen ik met dezen man in aanraking kwam. Na twee jaren van mijn universiteitsleven (ik was in de Junioren-klasse opgenomen) was ik op den weg, die naar den hemel leidt. Wel struikel ik nog dikwijls, maar ik weet thans, dat Hij mijne zonden in Zijn leven heeft uitgewischt; als ik mij op Hem verlaat, scheidt mij mijn struikelen niet van de Eeuwige liefde. De bladen uit mijn dagboek zullen dit aantoonen.

Spoedig, nadat ik op de hoogeschool gekomen was, nam mij de President mede naar een groote zendingsbyeenkomst. Aan niets kan men zoo de christelijkheid der christenheid zien als aan deze bijeenkomsten. Het heidendom kent zoo iets niet, want het bekommert zich niet om de zielen der menschen. Reeds het eenvoudige feit, dat tienduizend