is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe ik een Christen werd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Hij kin mij zoo rein en onschuldig maken, als de eerste mensch vóór den val was. Om Zijnentwil zal God mij alles geven wat ik noodig heb. Hij zal mij tot Zijne eer gebruiken en mij eindelijk in den hemel zalig maken."

Gij, die philosophische neigingen hebt, moogtdit blad met medelijden, of zelfs met verachting lezen.

Gij zegt, dat voor de nieuwe wetenschap de godsdienst van Luther, Cromwell en Bunyan!) slechts een sage is. Gij verklaart het met het verstand in strijd, dat het geloof aan een dooden Heiland den menschen leven zou geven. Ik twist niet met u. Misschien heeft u de gedachte nog nooit verontrust, dat de ziel aan den levenden God verantwoordelijk is. Uw streven gaat misschien niet verder, dan het korte tijdperk van het bestaan, dat men leven noemt en uw almachtige rechter is de gewoonte, de samenleving, wier „goed genoeg" u zooveel vrede geeft, als gij noodig hebt. Ja slechts hij heeft den gekruisigden Christus noodig die op een eeuwigheid hoopt en die weet, dat zijn innerlijkst wezen door den Geest van het heelal zal geoordeeld worden. Voor zulke menschen is de godsdienst van Luther, Cromwell en Bunyan niet slechts een overlevering, maar de waarheid aller waarheden.

Nadat ik voor goed tot den Zoon van God gekomen was, ging het nog dikwijls met mij op en af, maar toch meer op dan af. Dit eene boeide mijn opmerkzaamheid en vervulde mijn gansche ziel. Ik dacht daar dag en nacht aan. Zelfs terwijl ik uit den kelder kolen naar mijn vertrek op zolder droeg, dacht ik aan Jezus, aan den bijbel, de Drieëenheid, de opstanding en andere verwante zaken. Eenmaal zette ik halverwege mijn beide kolenemmers neer, en stortte mijn ziel uit in dank voor een nieuw licht over de Drieëenheid, dat mij op mijn weg van den kolenkelder naar boven was opgegaan. Ik voelde mij als in het Paradijs gedurende de vacanties, toen al de jonge lieden naar huis gegaan waren, naar hun moeder, en ik mij alleen bevond met mijn

') 1623—1688. Schrijver van het boek „Een Christens reize naar (ie eeuwigheid".