is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe ik een Christen werd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moeder, den zachten Geest van God. De schoolberg was voor mij een berg Sion. Zoo dikwijls de Satan mij losliet, stelde ik mij mijn geliefd vaderland voor aan de overzijde der zee, en vervulde 't met kerken en christelijke hoogescholen, die echter alleen in mijn verbeelding bestonden. Iedere gedachte, die mij trof bewaarde ik om aan mijne landgenooten te brengen. Ja, in mijn ledige uren namen Japan en de Japanners al mijn gedachten in.

„26 Mei 1886. De gedachte, dat er in de wereld veel meer goed dan kwaad is, is mij heden zeer opgevallen. Vogels, bloemen, zon, lucht, hoe heerlijk is dat alles, en toch klagen de menschen zoo veel. Er ontbreekt maar één ding aan de wereld, om haar tot een paradijs te maken en dat is de godsdienst van Jezus Christus."

Ik word een rechte optimist en dat, hoewel ik een kouden winter zonder een eigen verwarmde kamer doorleefd heb en niet wist, waarmee ik mijn rekeningen betalen zou.

„3 Juni. Ik heb de leer der uitverkiezing bestudeerd en ik gevoel diep hare beteekenis. Mijn hart springt op van vreugde. De verzoekingen vlieden en alle edele neigingen van mijnen geest worden aangevuurd. Waar is de vrees, waar is de macht des verzoekers, als ik een van Gods uitverkorenen ben, en eer de grond der wereld gelegd werd, tot Zijn erfgenaam bestemd werd ?"

Deze leer, die mij eens de grootste steen des aanstoots was, werd thans de hoeksteen van mijn geloof en met die bedoeling is zij zeker verkondigd. Zij, die midden in hun ijver om Gode welgevallig te zijn, tobben over hun verkiezing, behooren zeker tot de uitverkorenen. Zij, die niet uitverkoren zijn, kwellen zich niet met deze vraag.

„5 Juni. O, een gedachte, die ieder christen verootmoedigen moest! Waarmede heb ik het verdiend een der uitverkorenen te zijn? En ik zondig nog dagelijks!"

„Een benijdenswaardigen waan !" zegt mijn vriend, de philosoof. Misschien zou hij u niet zoo benijdenswaardig schijnen en zoudt gij hem niet aannemen als gij zaagt, dat de schaar van Gods uitverkorenen