is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe ik een Christen werd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ellendigsten op deze wereld zijn. Dagelijks aan zich zelf sterven, dat is de uitverkiezing. Hoe bevalt u dat, mijn philosophische vriend ?

„15 Juni. Mijn zaligheid is geheel onafhankelijk van uitwendige omstandigheden. Als Gods Geest niet onmiddellijk mijn hart aanraakt, dan vindt er geen bekeering plaats. Welk een troostrijke gedachte ! Ik treur om mijn armoede, omdat mijn vleesch daaronder lijdt; ik vrees den rijkdom, omdat hij mijn ziel in gevaar kan brengen. Doch neen! De zaligheid is van God; geen menschen of dingen, of omstandigheden kunnen haar mij ontrooven; zij staat vaster dan de bergen zelf".

Dat is mijn verklaring van Rom. 8 : 38, 39 Wees niet bedroefd, gij arme, maar laat u Zijne genade genoeg zijn. Vrees niet, gij rijke, want Hij kan maken, dat een kameel door het oog eener naald gaat.

,,31 Juli. Gisternacht was het een vreeselijk onweder. ik dacht juist over het eeuwige leven na en streed tegen eenige mijner zwakheden. Bliksem en donder ruimden deze vleeschelijke begeerten uit mijn hart weg en ik droomde, dat ik door den bliksem getroffen was en in vrede rustte".

Als heiden was ik bij een onweder zeer angstig, riep tot al mijn beschermgoden, stak wierook voor hen aan, en verschool mij eindelijk onder een muskietennet, waar het mij het veiligste scheen. Ook sinds ik een christen was, had een onweder nog menigmaal mijn geloof op de proef gesteld. Maar thans ben ik door Gods genade voor onweder niet meer bang, want sinds zich de gekruisigde Jezus aan mij geopenbaard heeft, is al mijn angst verdwenen. Ik sprak in mijn hart: „Tref mij maar, bliksem, ik ben veilig."

„16 Augustus. O welk een vreugde, welk een vrede in Jezus! Vreugde in de eenzaamheid, in de verlatenheid, ja zelfs in de zondigheid."

De philosoof Leibnitz heeft gezegd, dat niets zoo medewerkt om de menschheid te verheffen, als haar val in Adam. De zonde is een hefboom, waardoor wij tot God door Zijnen Zoon opklimmen, dikwijls tot een hoogte, die voor menschen als Marcus Aurelius geheel onbereikbaar is.