is toegevoegd aan uw favorieten.

Hoe ik een Christen werd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Evangelie honger te lijden, dan door mijne landslieden en anderen verkeerd begrepen te worden.

„5 Januari 1887. Heden avond was ik bij Dr. F. en vroeg hem om ondersteuning. Het was een zware proef. Ik had bijna mijn zelfbeheersching verloren, Maar hij was zeer vriendelijk en beloofde voor mij te zorgen."

Gedurende de kerstvacantie had ik allerlei moeite gedaan om den nood af te wenden. Ik sprak een paar maal in de kerken op het land, maar het was toch niet voldoende om mijne schuld te betalen bij de huismoeder, een goedhartige vrouw, die nog niet lang geleden weduwe geworden was. In dezen verschrikkelijken toestand zond God mij hulp, wel niet in den vorm van eetbaar manna, zooals ik het verwachtte, maar door een gedachte, die voor mij sinds dien tijd van onschatbare waarde gebleven is. Terwijl ik in een mismoedig oogenblik een oud tijdschrift doorbladerde, viel mijn oog op een vers van Adelaide A. Proctor, een der gevoelvolste dichteressen van Engeland:

„Wie om der liefde wil, door eedlen ernst gedreven, Kan geven, acht ik zeer;

Maar hij, die ook door liefde aangedreven, Ontvangt, dien acht ik meer."

Door deze gedachte gesterkt begaf ik mij toen opnieuw op weg naar den Dokter en legde hem mijn toestand bloot. Een paar dagen later kwam hij 's avonds op mij toe, stopte mij iets in den zak en snelde weg.

Nadat op deze wijze voor mijne lichamelijke behoeften gezorgd was, ging ik weder meer duiken naar de parelen der geestelijke waarheid.

„5 Februari. De koude winters hier zijn een ware beproeving. Niet dat zij mijn lichaam schaden,— dat heeft er zich aan gewend — maar ik moet zoo verschrikkelijk veel van mijn kostbare kolen gebruiken als ik ook maar een weinig warm wil worden. Kan ik uit deze bijzonderheden van het klimaat ook iets voor mijn innerlijk leven leeren? De tochtige kamer, die haast niet warm gestookt kan