is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot welzijn van Java

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'fc voorbijgaan, ongemerkt, door een voet-indruk vergrootende de water afvoerende opening, in het zacht aarden dijkje van een voet breed en hoog, — welk dijkje voldoende water op den akker moet houden, - kan men zonder eenig gedruisch bewerken, dat zijn hooger gelegen rijstakker droogloopt, en het gewas onder de brandende zonnehitte verschroeit, of dat lager gelegen akkers overstroomen, en alzoo beide worden geschaad zoo niet verwoest.

Men bedenke daarbij hoe de waarde van dat niet zoo overvloedig aanwezige besproeiingswater moet verhoogd worden, nu bij het toenemen van het zielental met een half millioen per jaar, steeds meerdere gronden moeten worden ontgonnen en besproeid!

De Javaansche „Stille kracht" beschikt o*ver meerdere niet te controleeren vexaties om het leven, binnen het Moh. desa-verband, onhoudbaar te maken voor hem, die, Christen geworden

naar Moh. opvatting — niet meer gerekend kan worden te behooren tot die desa-gemeenschap.

Het slechtste individu, de het laagst staande verwerper van allen godsdienst en zeden, kan in de meeste Moh. desa's mede leven, vooruitkomen en — naar verhouding zijner bezittingen — zelfs geëerd worden. De eenvoudige Christen-Inlander daarentegen, die niet meer kan deelnemen aan de animistisch-Mohammedaansche handelingen der desa-bewoners, maar in vrede leven wil met allen, volgens de den mensch verheffende voorschriften van den Vredevorst, Jezus Christus, - wordt veracht als een schadelijk element, die alle rechten als mensch en als burger heeft verloren.

Immers is zijn huwelijk ontbonden;

(Zie: Handb. v. h. Moh. recht, d. Mr. S. Kuper blz. 260.) de liefde en gehoorzaamheid zijner kinderen is verbeurd;

(Zie: »De Koran" hfst. 58 v. 22 door denzelfden.) erfrecht bezit hij niet meer;

(Zie genoemd Handboek blz. 218—238.) hij is waardig gedood te worden;

(t. a. p. blz. 346.)