is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot welzijn van Java

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 7. De drie leden v. h. bestuur worden uit de mannelijke lidmaten der gemeente en door alle lidmaten der gemeente gekozen. Aftredende bestuursleden zijn dadelijk herkiesbaar.

Art. 8. De voor den dienst dezer gemeente benoodigde gelden worden verkregen uit vrije bijdragen van de leden, giften en erfmakingen.

Art. 9. Bij te niet gaan of ontbinding dezer gemeente, worden alle hare bezittingen — met inachtneming van Art. 1665 v. h. Burgerlijk Wetboek — ter beschikking gesteld vande»Nederlandsche Zendingsvereeniging gevestigd te Botterdam en als rechtspersoon erkend bij Kon. besluit van 3 Sept. 1860 (Ned. staatsblad No. 53)."

Hoewel deze Statuten niet geheel bevredigen, omdat de Chineesche Chr. gemeente te Batavia daarop de goedkeuring der Regeering verkreeg, werden zij 4 Nov. 1899 namens de Soend. Chr. gemeente Z. E. den G. G. aangeboden en 26 Juli 1900 de goedkeuring der Regeering daarop ontvangen.

Zoude nu, met den verworven rechtstitel de zaak in orde zijn, en onze gemeente het Iril. bezitrecht op. de door haar gekochte rijst-akkers kunnen doen gelden?

Deze vraag kwam ook ter tafel in de Zendingsconferentie welke in Aug. 1900 te Buitenzorg werd gehouden. Op de aan Br. Geissler toen gedane vraag: Waartoe hij een rechtstitel voor zijne Chineesche gemeente had aangevraagd, luidde het antwoord:

De Chin. Chr. gemeente heeft te Batekwan Batavia, grond gekocht en daarop eene kerk gebouwd. Om op dat vaste pand een hypotheek te kunnen aangaan, moest het ingeschreven zijn in »de openbare registers," en voor die inschrijving op haar naam, moest de gemeente een rechts-titel bezitten.

Die grond te Patekwan was reeds van den Staat gekocht, behoorde dus niet meer tot het Staats-domein. Dat behooren de rijst-akkers der gemeente Tjideres wel, wijl daarvan alleen het gebruiks-recht werd gekocht van den Inl. bezitter.

Director Ds. J. W. Gunning, - die met zijne reisgenooten Dr. Adriani en onzen tegenwoordigen Zendings-Consul, Dr. Baron v. Boetzelaer, die Conferentie bijwoonde, — besprak de kwestie