is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot welzijn van Java

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De pitrah is een offer gedurende de vastenmaand aan den Moh. desa-priester aangeboden, vertegenwoordigende eene waarde van gemiddeld vijf ets. per volwassen lid van het gezin.

Dit Moh. zuiveringsoffer brengen de Christenen niet a. d. Moh. priester; doch in de plaats daarvoor, stort ieder gezin - zoo de oogst zulks maar eenigszins toelaat — een gelijk bedrag in rijst in onze diaconie-rijst-schuur. Deze storting is volkomen vrijwillig. Bovendien storten de Christenen eiken Zondagmorgen hun penningske in de offerbus ter voorziening in velerlei behoeften der gemeente, iets waaraan de Moslim niet doet.

Rekent men hier nog bij de vrije bijdragen voor kerkbouw in andere gemeenten, voor rampen in naburige desa's, voor Zending en voor traktaatverspreiding, dan kan men veilig aannemen, dat een Chr. gezin jaarlijks minstens drie gulden meer stort

dan een Moh. dito.

Zeker, een klein verschil; doch dat wel gevoeld wordt door lieden, die bij een jaarlijksch inkomen van f 87, aan belastingen

hebben te storten f 16.

Met het bovenstaande zal wel overtuigend weerlegd zijn het beweren, dat de Soendanees Christen wordt om des voordeels wille. Zegt het voort! S. v. p.

Het aandeel dat nu ieder Chr. gezin — tellende gemiddeld vijf zielen — van den gemeente-grond ter bebouwing ontvangt, bedraagt een hal ven baoe rijst-akker en even zooveel tuingrond; beide soorten grond, helaas! nog afhankelijk van den regen, en daarom ontoereikend voor een gezin. Een 'Moh. gezin bezit hier gemiddeld het dubbele, wat volstrekt niet te veel is.

Zijn er ook al Moh. gezinnen die - tegen hun wil - minder of niets bezitten, dan is dat mede een ernstig bewijs, dat ons Eur. Bestuur te weinig invloed bezit op de desa-aangelegenheden, om het rechtvaardig beginsel v. h. communaal grondbezit, behoorlijk toe te passen. Omdat het aantal onzer Eur. Ambtenaren veel te klein is, moet men de regeling ook van die belangrijke aangelegenheid wel laten in handen van Moh. desa-hoofden. Daarom is het ook mogelijk, dat de enkele Chr. Inlander zijn aandeel in den bouwgrond verliest, of nimmer een aandeel verkrijgt.