is toegevoegd aan uw favorieten.

Tot welzijn van Java

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wordt door meerderheid van stemmen. Naar wat ik, in deze verre afzondering, te lezen kreeg, meen ik te mogen veronderstellen dat de Zendingsschool staat onder Voogdij van het Ned. Zend.-Genootschap en van de Utrechtsche Zend.-Vereeniging.

Nu wordt het lidmaatschap, met deszelfs rechten van stemmen en van verkiesbaarheid in het Bestuur, in beide Corporaties verkregen door het storten eener contributie alleen. Eene voor allen verstaanbaar omschreven controle over de geestesrichting dergenen aan wie opleiding en zending wordt toébetrouwd bestaat daar — voor zoover myj bekend is — niet. Eenè wisselvallige meerderheid kan daar dus bepalen, of de kweekelingen zullen vergaderd worden rondom een Christus van beneden, dan wel rondom den Christus die van Boven is.

Uit de behoefte om in deze ernstige aangelegenheid de gewenschte zekerheid te erlangen, werd de Ned. Zend Vereeniging geboren, en ontleent deze nog altijd haar recht van bestaan, vooral hieraan, dat zij het lidmaatschap niet bindt aan het storten eener contributie, maar aan het belijden van den Christus, den Zone Gods, den Zaligmaker ook van wie zich als lid der Vereeniging laat inschrijven.

En al zoude, in de nu gegeven gunstige omstandigheden, de Ned.-Zend.-Vereeniging zich voegen bij de Zendingsschool, daarmede zoude niets gewonnen zijn, wijl de partijen dan toch zouden staan als twee tegenover één, wanneer — onder invloed eener stemmen-meerderheid — de geestesrichting der School minder gunstig werd dan deze op heden is.

Men beoefene in deze toch wijze bedachtzaamheid, en bouwe zijn vertrouwen niet op enkele achtenswaardige persoonlijkheden, die slechts voor een tijd zijn.

Al onthoud ik mü zeer gaarne van eene beoordeeling deitoestanden op het oogenblik, het belangstellend en fijn voelend publiek, van hetwelk de Zending moet leven, oordeelt wel.

Dat publiek nu weet niet beter dan dat, — bijv. — het Ned.Zend.-Genootschap in wettige vergadering, officiëel verklaard heeft, dat het modern zijn geen bezwaar oplevert voor het uitzenden en handhaven zijner Zendelingen. Daarentegen acht