is toegevoegd aan uw favorieten.

Van slaaf tot evangelist

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gij bemerkt al dadelijk, dat in deze groote stad allerlei soort van menschen woont. Chineezen, Arabieren, Javanen en Japanneezen in groote menigte en vele blanken doorkruisen de stad.

De Javaan met zijn hoofddoek en korte broek, waarover een doek hangt; de Chinees met zijn zeer wijde pantalon en eigenaardig gesneden jasje; de Europeaan, in het wit gekleed, met grooten witten hoed en witte schoenen; de dames met japonnen, de Javaansche vrouwen in hun baadjes en sarongs, vormen een eigenaardige verscheidenheid.

Daar gaat op een sukkeldrafje een „Klontong", Chineesche koopman, die aan een lat over zijn schouder, twee groote korven of manden draagt, gevuld met allerlei snuisterijen.

Met een eigenaardig houten kleppertje waarschuwt hij de menschen, dat bij hem allerlei te koop is.

Komt hij langs een hotel en bemerkt hij, dat er vreemdelingen zijn, dan toont hij zijn koopwaar. Hij is een geboren koopman en preekt u zoolang zijn waar aan, dat gij eindelijk genoodzaakt wordt iets van hem te koopen.

Neem dezen raad van mij aan. Als hij een gulden vraagt, biedt een kwartje, want voor 30 cents ontvangt gij het begeerde zeker en als gij meer betaalt, dan hebt gij het te duur.

Hier hebt gij een Javaan, die op dezelfde wijze als zijn Chineesche concurrent zijn waren ter verkoop biedt.

Daarlangs dien weg staat een „warong". Soms is het een tentje, maar dikwijls ook niets anders dan een paar manden of bakken, waarop vruchten en in bladeren gekookte rijst. De eigenaar, meestal een Javaan, staat of hurkt er bij, en rondde „warong" ziet gij verscheidene Javanen hurkende de spijzen nuttigen, die zij voor enkele centen hebben gekocht. Het is dus een openlucht-gaarkeuken.

Zie daar, een Javaanschen barbier. Hij beoefent zijn vak op de straat en heel genoeglijk scheert hij zijn klanten op den openbaren weg.

Daar in die kleine rivier ziet gij mannen aan het werk. Dat is een waschinrichting. Ziet gij wel, hoe die mannen het goed wasschen? Zij slaan het schoon tegen de steenen. Ik